Meer Nieuws
Veilig

Veilig samenwerken heeft nieuwe woorden nodig

‘Elkaar aanspreken’ op onveilig gedrag, is dat eigenlijk wel zo’n neutrale term? Bij onderhouds- en installatiebedrijf Croonwolter&dros hebben ze het liever over ‘elkaar coachen’ want ‘aanspreken’ klinkt directief. Gelijkwaardigheid is een kernbegrip in de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers in de tankopslag. Ook in je woordgebruik kun je gelijkwaardigheid benadrukken, zo bleek op de bijeenkomst van Votob en VOMI over ‘veilige ketensamenwerking’ op 12 september.

“Eind 2016 zijn Votob en VOMI gaan daten”, vertelt Votob-directeur Sandra de Bont. “Nu hebben we echt een relatie met elkaar en durven we elkaar steeds meer dingen te zeggen.

Na het ‘daten in de keten’ in december 2016 zijn Votob en VOMI op een nieuw punt in de onderlinge relatie aangekomen. Votob-directeur Sandra de Bont: “December vorig jaar begonnen we met de vraag ‘wat vind je wel en niet leuk aan elkaar’. Deze keer gaan we een stapje verder en proberen we elkaar aan te spreken op wat we wél en níet leuk vinden aan elkaar.”

Toon interesse in de ander

Tijdens de bijeenkomst in het Zuidpleintheater in Rotterdam vertelden vertegenwoordigers van tankopslagbedrijven en van contractors hoe veiligheid door hen in de praktijk wordt gebracht. Michiel Taalman (Vopak) begon met de constatering dat het aantal ongevallen onder contractors ongeveer 2,5 keer zo hoog ligt als bij het eigen personeel. Om de veiligheid van contractors te vergroten, is Vopak onder meer bezig om de poortinstructies bij alle terminals gelijk te trekken. Taalman: “De basis-veiligheidsregels moeten overal hetzelfde zijn. Verder proberen we zoveel mogelijk de pieken en dalen uit het werk van de contractors te halen en hebben we op verschillende niveaus overlegmomenten ingevoerd.”

Van Vopak ging het woord vervolgens naar Tom Buitenhuis (Croonwolter&dros). “Het gelijktrekken van poortinstructies heeft voor ons een groot voordeel qua inzetbaarheid”, aldus Buitenhuis. “Verder denken wij dat het veiliger wordt wanneer onze betrokkenheid ook in het voortraject groter wordt, dan kunnen we eventuele risico’s meteen bespreekbaar maken.” Diverse aannemers zitten bij Vopak gezamenlijk in een TOS team (Trends On Safety), zodat de opdrachtgever vanuit verschillende invalshoeken input krijgt. Bij het melden van incidenten worden alle partijen gehoord, zodat een eerlijke en afgewogen melding ontstaat.

Voor Tom Buitenhuis is ‘elkaar aanspreken’ wanneer het fout gaat, een verkeerde benadering. “Wij denken steeds in termen van coachen. Iemand aanspreken begint altijd met interesse tonen in de persoon. Zeg duidelijk wat je denkt dat er beter kan, maar sta tegelijk open voor feedback. Op die manier creëer je gelijkwaardigheid.”

Alle medewerkers het hok in

Net als de bedrijven Vopak en Croonwolter&dros, hebben ook opslagbedrijf MOT en onderhoudsbedrijf Enigma een langdurige onderlinge samenwerking. “Met 39 dedicated crude tanks, hebben we een groot, maar relatief eenvoudig bedrijf”, vertelt Kees Bevaart (HSSEQ Supervisor MOT). Over de mensen van onderhoudsbedrijf Enigma zegt hij: “Het zijn eigenlijk ook gewoon MOT’ers, onze contractors. Op het gebied van veiligheid hebben we gezamenlijk met onze contractors de zogenaamde ‘MOT Basics’ opgesteld. We hebben op een middag alle medewerkers het hok in gejaagd en gevraagd wat nou de essentiële veiligheidselementen zijn. Op die punten handhaven we nu streng.”

Guido van den Broek Humphrey (KVGM-manager at Enigma Nederland) neemt vervolgens het woord. “Wij zijn een bedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in tankreiniging. We streven er niet naar de grootste te zijn, maar we willen de veiligste zijn. Enigma heeft een eigen normen en waarden programma: wij hebben onze eigen veiligheidsstandaard en als de klant een legere standaard hanteert, dan gaan wij niet naar beneden.”

Natuurlijk, een gezamenlijke kantine

Een structurele samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer blijkt positieve effecten te hebben voor veiligheid. Van den Broek Humphrey: “We investeren in vaste mensen op vaste locaties, om te voorkomen dat er fouten gemaakt worden. Daarnaast streven we naar voortdurende verbetering, evaluaties samen met de klant. Ook als er verbeterpunten zijn, delen we dat met onze klanten.” Bevaart kan dat bevestigen: “Vaste mensen en betrokkenheid is een groot voordeel. Er is dagelijks contact op de werkvloer. En natuurlijk hebben we een gezamenlijke kantine waar de mensen elkaar tegenkomen.”

MOT-mensen en Enigma mensen ontmoeten elkaar informeel, maar natuurlijk zijn er ook formele contactmomenten. Tijdens een periodiek overleg met de contractors worden controles en werkplekinspecties besproken. Kees Bevaart: “Enigma mensen komen onaangekondigd en rapporteren hun bevindingen vervolgens aan ons. We betrekken de contractors ook bij ons vooroverleg. Wij vinden het belangrijk dat de vent die straks de tank in gaat samen met de terminal managers om tafel zit voor de kick off-meeting.”

Angst is de slechtste motivatie

Na de presentaties bogen alle deelnemers zich over de vraag hoe je een informele sfeer kunt creëren waarbinnen het makkelijker wordt om veiligheidsissues te bespreken. “Begin er eens mee om gezamenlijke inspectierondjes te lopen”, zegt Menno Koppe (HSEQ coördinator Hertel). “Maar dan niet een snel rondje dat bedoeld is om je target te halen.”

Een ander leerpunt dat naar voren kwam: een angstcultuur in een bedrijf is het slechtste voor de veiligheid. “Je hebt altijd een hiërarchische relatie en nieuwe contractors zullen moeten wennen aan een open veiligheidscultuur. Mensen die een afrekencultuur gewend zijn, zullen terughoudend zijn om incidenten te melden”, stelt Kees Bevaart.  Maar hoe moet je die openheid bevorderen? “Als mensen dingen achterhouden, confronteer ik ze daar keihard mee. Maar wel vanuit de intentie dat je een langdurige werkrelatie met elkaar hebt.”

Menno Koppe haalt ten slotte George Orwell’s Animal Farm aan: “Het is dodelijk als je als opdrachtgever zegt ‘alle dieren zijn gelijk’, maar je behandelt aannemers anders dan je eigen personeel. Dat ondermijnt alles wat je zorgvuldig hebt opgebouwd.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Votob investeert in duurzame contractor-relaties

Opdrachtgevers en opdrachtnemers uit de tankopslagsector spreken op 12 september met elkaar door over veiligheid. Na een eerste ronde ‘speeddaten’ afgelopen december, is het nu tijd om de ontstane relatie verder te verdiepen.

Het gaat vaak om duurzame relaties, de relaties tussen tankopslagbedrijven en contractors. Het werk is specialistisch en er is een beperkt aantal spelers op de markt. Op de werkvloer werken contractors en operators van tankopslagbedrijven soms wel jarenlang samen. Toch wordt nog niet altijd open kaart gespeeld als het om veiligheid gaat.

Er is brancheorganisaties Votob en VOMI veel aan gelegen om beide partijen beter met elkaar te laten communiceren. Het delen van incidenten begint er immers mee dat partijen elkaar vertrouwen en op een laagdrempelige manier met elkaar in contact treden.

Op de vervolgbijeenkomst in Theater Zuidplein zullen de deelnemers onderzoeken wat ervoor nodig is om veiligheidsissues beter met elkaar te delen. Vopak en Croon zullen een kijkje in de keuken van hun samenwerking geven, evenals MOT en Enigma.

Votob-directeur Sandra de Bont verwacht dat de bijeenkomst de relatie tussen beide partijen stukje bij beetje zal verbeteren. “We groeien langzaam naar gelijkwaardigheid toe. Dat lukt niet van vandaag op morgen, maar door herhaaldelijke bijeenkomsten als deze worden de drempels uiteindelijk weggenomen. Mijn motto is: op veiligheid wordt niet geconcurreerd.”

De bijeenkomst is gericht op contractors die op dit moment al met tankopslagbedrijven samenwerken.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

De diepte in met contractormanagement

De jaarlijkse Safety Maturity Tool werd dit jaar vergezeld van een ‘verdiepingsmodule’. Bij Vopak Vlaardingen zaten vrijdag 30 juni medewerkers uit alle lagen van de organisatie bij elkaar om te discussiëren over contractormanagement.

Namens de onafhankelijke auditor Royal HaskoningDHV, leidde Irina Anokhina het gesprek. “Dit jaar hebben we voor de vijfde keer de SMT-audit uitgevoerd”, leidde Anokhina de sessie in. De dag tevoren was de integriteit van de hardware van Vopak Vlaardingen beoordeeld, met een Kiwa-auditor erbij. Anokhina: “Ik heb samen met de SHEQ-manager, HR en met de opleidingscoördinator het software-deel gedaan. Het idee van een verdiepingsmodule is om met een groep mensen van verschillende disciplines uit het bedrijf het gesprek aan te gaan over één bepaald onderwerp. Op deze manier kunnen we samen nadenken over mogelijke verbeterpunten.”

De kern van de discussie is welke plek er voor veiligheid is in de samenwerking met aannemers”, vertelt Jan Meijdam (Manager SHEQ, Vopak Vlaardingen). Meijdam: “Het begint er al mee dat er veel veiligheidseisen zijn waar aannemers aan moeten voldoen om de klus te krijgen. Tijdens de uitvoering houdt de opdrachtgever toezicht en geeft aan dat aannemers iedereen mogen aanspreken op het gebied van veiligheid.” In de praktijk blijkt echter dat aannemers hier best moeite mee hebben, zo laten de andere deelnemers aan de verdiepingssessie weten. “Er is bij aannemers een enorme drempel om een opdrachtgever aan te spreken op iets wat niet goed gaat”, aldus Wout van der Pijl (maintenance supervisor technical department). “Binnen Vopak hebben we een aanspreekcultuur en we willen de aannemers ook echt uitnodigen om ons aan te spreken.”

Incidenten beter melden
Gert-Jan Crucq (program manager veilig werken met aannemers, Vopak) geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Ik word wel aangesproken als ik onveilig gedrag vertoon, maar melden in het systeem, dat is nog een stap verder. Ik denk wél dat we onze processen op orde hebben, maar de kwalitatief goede uitvoering daarvan kan nog beter. Incidentmeldingen zijn nog niet goed geregeld,” aldus Crucq. “De aannemers maken meldingen in hun eigen systemen, niet in onze systemen. Aannemers zijn verplicht volgens VCA om meldingen bij te houden en dat gebeurt ook. Maar die informatie wordt niet uitgewisseld. Het zou mooi zijn als we de systemen van aannemers en opdrachtgevers kunnen koppelen.”

Naast meldingen – en de daarvoor noodzakelijke open veiligheidscultuur – is ook het opleidingsniveau van de aannemers belangrijk. Jan Meijdam: “We checken de certificaten van alle aannemers. Ook worden de aannemers voorgelicht over de belangrijkste veiligheidsregels. Het begint al bij de contractfase en bij het contracteren van een leverancier worden alle trainingen SHE-requirements en terminalreglementen rondom veiligheid meegenomen. Voor projecten heb je een VGA-plan waar alles in staat. Iedereen die hier op het terrein komt krijgt een poort-instructietraining, specifiek voor lokale Vopak-situaties, gebaseerd op onze ‘Vopak safety regulations’.”

De slagboom gaat niet open
Vopak Vlaardingen neemt het toetsen van de kwalificaties zo serieus dat het bedrijf daarmee zélf soms in de problemen kan komen. Een aannemer wordt uitsluitend op de terminal toegelaten als hij slaagt voor de instructietraining. Jan Meijdam: “En het komt nog regelmatig voor dat contractors of chauffeurs niet slagen. Terecht overigens. Als iemand de poortinstructies niet begrijpt dan vraag ik me af of ze de werkinstructies dan wel kunnen begrijpen.”

In de praktijk gaat het zover dat voor elke medewerker van een aannemer aan de poort gecheckt wordt of hij een basisopleiding veiligheid VCA gehaald heeft. “De einddatum van de opleiding wordt aan de poort ingevoerd, en als die datum niet klopt, krijgt de betreffende persoon geen toegang tot de terminal. Als je op de zwarte lijst bent gezet, na het begaan van een zware overtreding op één van de Vopak terminals, dan wordt dat doorgegeven aan alle Vopak terminals in Nederland.” Crucq: “Ook voor schippers geldt dat. We zijn nu zover dat als we een schipper moeten aanspreken op het niet correct dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, bij de twee keer aanspreken wordt de operatie een uur lang stilgelegd.”

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Veiligheidsdag 2017: op ruimtemissie

Op donderdag 2 november organiseert Veiligheid Voorop de vijfde Veiligheidsdag bij AkzoNobel in Arnhem. Thema van de Veiligheidsdag is ‘eigenaarschap’. Hoe werk je op veiligheid samen en hoe neem je je persoonlijke verantwoordelijkheid daarin? In twee break-out-sessies ga je samen met andere deelnemers aan de hand van een casus een ruimtemissie voltooien. Daarnaast zal keynote speaker Andre Kuipers vanuit eigen perspectief zijn licht laten schijnen op het thema ‘veiligheid en eigenaarschap’.

Voorlopig programma
12.30: Inloop met lunch
13.30: Opening ‘We gaan op missie’
13.45: Verschillende visie op eigenaarschap (plenair)
14.30: Casus ruimtemissie ‘Eigenaarschap’
16:00: Pauze
16:30: Plenaire terugkoppeling
17.00: Veilig samenwerken in de ruimte, door André Kuipers
18.00: Afsluiting en borrel

Doelgroep: directie-leden, operationeel leidinggevenden, QHSE-managers.

De inschrijving is nu geopend! Wees er snel bij want er zijn maar 200 plaatsen.

Heeft u vragen over de Veiligheidsdag, dan kunt u mailen naar: info@veiligheidvoorop.nu of bellen met Natasja Dijkhuizen, tel. 070 337 87 44.

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Krijgen we het (druppel)lek boven?

Regelmatig komen er berichten in het nieuws over ketelwagons waaruit gevaarlijke vloeistoffen lekken, bijvoorbeeld op rangeerterreinen of op drukke treinstations. De oorzaak van dit soort ‘druppellekkages’ is soms onduidelijk: het kan aan het materiaal liggen, aan het vullen van de wagons, maar ook temperatuurverschillen en aan het schudden van de wagon tijdens het rijden. Treinen zijn soms verder dagen onderweg, wat vindt er tijdens de reis nog meer plaats.

Pehr Teulings houdt zich als adviseur namens VOTOB mede met dit onderwerp bezig. Teulings begrijpt dat, vaak lokale bestuurders zich zorgen maken over druppellekkages, vooral als lekkages geconstateerd worden op stations in de nabijheid van grote mensenmassa’s.

Grootste rangeerterrein van Nederland
Vooral in de gemeente Zwijndrecht bestaan er zorgen over de veiligheid op Kijfhoek, het grootste rangeerterrein van Nederland. Ondanks dat op Kijfhoek enkele jaren een informatiesysteem is ingevoerd, waardoor altijd duidelijk is wat er in de wagons zit en waar ze zich bevinden, wordt de kans op druppellekkages in Zwijndrecht nog altijd als een gevaar gezien.

“In de afgelopen maanden is brancheorganisatie VOTOB de leden wederom langsgegaan om de interne procedures voor het laden van ketelwagons te inventariseren”, vertelt Teulings. “Ieder tankopslagbedrijf dat lid is van VOTOB gebruikt heeft eigen beleid om wagons veilig weg te sturen. Vaal gebaseerd op de CEFIC-handleiding voor het verantwoord laden en lossen van chemische stoffen (CEFIC is de Europese chemiebranche) en aangevuld met eigen ideeën en inzichten op basis van ervaringen uit de praktijk”. 

Leasewagons
Teulings: “In de praktijk doen onze bedrijven vaak nog meer dan vereist is. Er zijn terminals die wagons labelen, foto’s maken en een extra check uitvoeren en samen met de wagenmeester een rondje rond de wagon maken, om te kijken of het materiaal in orde is en er niets lekt en dit later ook te kunnen aantonen.”

Branchevereniging VOTOB blijft steeds bezig om de veiligheid bij tankopslagbedrijven nog verder te verbeteren. Dat geldt ook voor het thema druppellekkages. Teulings: “VOTOB heeft onlangs een eigen opleiding voor tankopslagoperators gemaakt, de VOTOB Academy. Het voorkomen van druppellekkages is ook een onderdeel hiervan. Ook op deze manier proberen we het probleem structureel aan te pakken en constant op de agenda te houden.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Daten in de keten

Hoe ga je op een efficiënte manier met elkaar in gesprek over veiligheid? VOTOB gooide het op 6 december over een nieuwe boeg en bedacht dat opdrachtgevers en aannemers met elkaar moesten speeddaten. Meer dan vijftig mensen vonden dit een spannend voorstel en kwamen naar het Rotterdamse Zuidplein toe voor hun ‘date’.

Ter voorbereiding van het gesprek had VOTOB voor elke aanwezige de onderzoeksresultaten van de mindware-enquête (die eerder dit jaar waren afgenomen) uitgedraaid. Op de grafiekjes konden opdrachtgever en opdrachtnemer heel precies zien op welke punten hun waardering van de samenwerking uit elkaar liep, of juist samenviel.

“Je moet deze enquêtes zien als een startpunt van een gesprek”, vertelt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij VOTOB). “Het is de bedoeling dat de ketenpartners vandaag tijdens het speeddaten samen tot verbeterpunten komen.”

Terugkoppeling is cruciaal
Het gaat vaak om duurzame relaties, die relaties tussen tankopslagbedrijven en contractors. De mensen op de werkvloer werken soms wel jarenlang met elkaar samen. Het is er Kasper Sanders (Verwater) dan ook veel aan gelegen dat zijn medewerkers problemen direct melden. “Ik heb liever dat een medewerker van tevoren zegt dat er een probleem is, dan dat de opdrachtgever naderhand met een klacht opbelt. Dan sta je echt met 10-0 achter.” Cruciaal bij het melden van incidenten is het terugkoppelen naar de werknemer. Sanders: “Ze moeten weten wat ermee is gebeurd, anders meldt nooit iemand meer wat.”

Verderop aan een tafeltje staan Mathijs Dijkman (Vopak Vlaardingen) en Sjoerd van der Laan (J. de Jonge Flowsystems), druk met elkaar in gesprek. De firma J. de Jonge is een partner waar Vopak al vele jaren mee samenwerkt. Van der Laan: “De mensen die bij Vopak bij elkaar in de ploeg werken kennen elkaar vaak heel erg goed. Wij staan iets meer op afstand, maar voeren natuurlijk wel beoordelingsgesprekken. Ik vraag me af: kan dat niet wat informeler? Ik denk dat het zinvol is om samen over bredere veiligheidsissues te praten.” Dijkman denkt dat dat eigenlijk in het veld zou moeten gebeuren. “Maar dan ben je aan het werk”, antwoordt Van der Laan. “Dan is er eigenlijk geen tijd voor.”

HSE meer betrekken bij samenwerking
In zijn ‘speeddates’ met verschillende contractors viel het Roald Hutten (QHSE manager bij Rubis Terminals) op dat er bij grotere projecten vooral contact is tussen de projectmanager en de aannemer en dat de afdeling HSE er nauwelijks bij betrokken wordt. “Het zou een goed idee zijn als we ons samen met de contractor over het veiligheidsplan gaan buigen.”

Alle ideeën die tijdens het speeddaten naar voren kwamen, worden door VOTOB en VOMI verzameld en teruggekoppeld aan de deelnemers. In de toekomst willen de twee branches de meting nog een keer gaan uitvoeren. 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Veiligheidsdag 2017, feest van aha-momenten

Dat goede communicatie en veiligheid op de werkvloer met elkaar samenhangen, klinkt heel aannemelijk. Maar hoe hangen één en ander precies samen? Die vraag is een stuk lastiger te beantwoorden. De jaarlijkse Veiligheidsdag van Veiligheid Voorop, ging dit jaar over communicatie: “In gesprek met de werkvloer”. Maar liefst 200 mensen kwamen op 3 november naar Amersfoort en er werden tal van interessante verhalen gedeeld.

Muisstil was de zaal toen Anton van Beek (President Dow Benelux) de dag opende met een persoonlijke ervaring: de fatality waar hij onlangs mee te maken kreeg. “Er ging van alles door me heen. Vragen, maar vooral ook ongeloof. Het kan toch niet wáár zijn!” Kort daarvoor had het bedrijf nog alle medewerkers een veiligheidstraining laten doorlopen. En tóch ging het mis.

Voor Van Beek toonde het recente incident de grenzen van procedures aan: “Je kunt alles op papier in orde hebben en dan kan er tóch nog zoiets gebeuren. Daarom vind ik het zo goed dat we als Veiligheid Voorop nu naar de menselijke factor kijken.” Co-host Sandra de Bont (directeur VOTOB) sloot zich hier volmondig bij aan: “We hebben teveel op compliance gezeten. Er is ook nog ook de menselijke kant component. Het gedrag. Daar moeten we meer op inzetten.”

Buddymanager of sparring partner
In alle werksessies die volgden ging het dan ook over de menselijke factor. Over hoe je een goede connectie maakt tussen aannemer en opdrachtgever en of het idee van een ‘buddymanager’ daarin een rol kan spelen. “Dat komt een beetje belerend over”, zegt een opdrachtgever; “Nee hoor, het is vanuit de aannemer gezien heel prettig om een buddy te hebben”, antwoordt een aannemer.

De spanning tussen ‘de regels’ en ‘het gesprek’ was een ander terugkerend thema. “Het is moeilijk om het ter discussie te brengen, maar soms zitten er ook keerzijden aan regels.” Sommige deelnemers zien audits dan ook vooral als manier om het gesprek met medewerkers aan te gaan.  Niet blindstaren op de cijfertjes, maar in gesprek gaan over het ‘waarom’ van uitkomst van de audit. En over andere regels: “Een werkvergunning is vaak alleen maar een briefje om aan de slag te mogen. Wanneer gaan we eens in gesprek met de uitvoerder over de inhoud van de vergunning?”

Stilleggen, een heftige beslissing
Het antwoord op deze vraag heeft met tijd te maken. Iedereen heeft haast. Het onderbreken van het werk is vaak een uiterst kostbare aangelegenheid. Het verhaal van Paul Evers (directeur BASF) viel daarom op: na een recent incident waarbij een medewerker pyrofoor (zelfontbrandend metaal) over zich heen kreeg, werd de fabriek maar liefst zes weken stilgelegd.  

Evers: “Uit interne analyse bleek dat we ons vergunningensysteem onvoldoende onder controle hadden en dat de opleidingen van medewerkers niet up-to-date waren. Waardoor we de veiligheid van onze medewerkers onvoldoende konden garanderen. Na een flinke interne discussie hebben we besloten om veiligheid te laten prevaleren. Dat is een heftige beslissing, want er zijn klanten die BASF als alleenleverancier hebben en die je met zo’n beslissing óók dreigt stil te leggen.”

De heftigheid van zo’n beslissing was een ‘aha-moment’ voor veel toehoorders. Veiligheid Voorop wil voorkomen dat iedereen opnieuw hetzelfde ‘aha-moment’ moet beleven. Delen van verhalen is niet alleen boeiend, maar ook noodzakelijk.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

Ook inspecties bekijken mindware

Bij de BRZO-inspecties in de regio Rijnmond lopen dit jaar twee inspecteurs mee die zich in het bijzonder verdiepen in de veiligheidscultuur van een bedrijf. Tankopslagbedrijf LBC was één van de bedrijven die op deze manier onder de loep werd genomen. Volgens Hans Bachofner, operations manager bij LBC Tank Terminals was het “zeker geen ongemakkelijke ervaring.”

Hans Bachofner die de ‘cultuur-inspectie’ in april van dit jaar meemaakte, kijkt er redelijk positief op terug. “Via interviews en vragenlijsten werd door een inspecteur het cultuurbewustzijn op ons bedrijf gemeten. Daarna volgde een open discussie met een groepje medewerkers van verschillende afdelingen. Ik moet zeggen dat er best wel leuke onderwerpen over tafel zijn gegaan; dingen waar we iets mee konden.” Voor LBC was het een leerproces, hoe de inspectiediensten er in de toekomst mee om zullen gaan, blijft nog een beetje onduidelijk.

Discussie stimuleren en beoordelen
Net zoals de aandacht voor mindware in de Safety Maturity Tool voor de hand ligt, erkennen inspectiediensten ook dat veiligheidscultuur cruciaal is voor het bereiken van een goed veiligheidsniveau in een bedrijf. Er lopen twee parallelle trajecten, vertelt Sjoerd Post van DCMR: “Enerzijds proberen we in de regio Rotterdam Rijnmond de discussie over veiligheidscultuur te stimuleren. Het bezoek aan LBC maakte daar onderdeel van uit. Anderzijds willen we veiligheidscultuur een belangrijker plek geven in onze inspectiemethode. Dan gaat het echt om beoordelen.”

DCMR geeft aan dat aandacht voor veiligheidscultuur in de inspecties “een gedifferentieerde toezichtsaanpak mogelijk maakt, afhankelijk van veiligheidscultuur en naleving; vanuit de gedacht dat een goede cultuur loont.” Oftewel: een bedrijf dat goed scoort op het gebied van veiligheidscultuur, software en hardware, zal in de toekomst mogelijk een mindere inspectiedruk gaan ervaren. Op dit moment bevindt de ‘cultuur-inspectie’ zich nog in een testfase.

Nu nog in de testfase
Met een blik op de website van BRZO+ wordt de denkrichting van de inspectie wel duidelijk: op basis van de pilot ontwikkelt BRZO+ een ‘inschattingsinstrument veiligheidscultuur’ waarmee alle inspecteurs de veiligheidscultuur bij bedrijven kunnen beoordelen. Het is de bedoeling dat de ‘cultuur-scores’ vervolgens een onderdeel worden van de zogenaamde risico-gebaseerde inspectie. Sjoerd Post van DCMR vat het als volgt samen: “Het idee is dat we méér inspectie-effort zullen toepassen bij bedrijven die minder goed scoren op veiligheidscultuur.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

Nieuwe ketenpartners: de binnenvaart

“Samenwerking met de binnenvaartorganisaties op het gebied van veiligheid, is een logisch vervolg op de samenwerking die we nu al met contractors zijn aangegaan”, zegt VOTOB-directeur Sandra de Bont. Eén van de aanbevelingen uit het onderzoek van de Overzoeksraad voor Veiligheid (OVV) ging precies hierover. De OVV spoorde de chemiebranche toen aan om het begrip ‘ketenverantwoordelijkheid’ meer inhoud te geven.

“Onze veiligheidsaudit, de Safety Maturity Tool, kijkt nu ook al naar ingehuurde medewerkers die op de terminals rondlopen. Daarmee hebben we onze visie op veiligheid al verbreed naar alle contractors waar tankopslagbedrijven mee samenwerken, in de bouw, in de schoonmaak etc. Samenwerking met de binnenvaart is een logische volgende stap. Zo proberen we stukje bij beetje de rol van ketenpartner verder in te vullen”, aldus De Bont. “We willen ons niet per definitie op incidenten richten, het gaat ons steeds om de ‘maturity’,  de volwassen omgang met veiligheid.”

Afgelopen woensdag 17 augustus kwamen de besturen van VOTOB, de CBRB (Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart) en brancheorganisatie BLN-Schuttevaer voor de eerste keer bij elkaar tijdens een diner. Sandra de Bont: “Nooit eerder is er zo’n overleg geweest. Het is een goed teken dat – zelfs in vakantietijd – al onze bestuursleden bij dit evenement aanwezig waren.” 

 

 

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Duurzaam | Veilig

Nieuw en beter: herziene PGS 29 ziet het licht

Na langdurige en ingewikkelde discussies waarbij namens de tankopslagsector Margit Blok betrokken was, is half juli een geheel vernieuwde PGS 29 gepubliceerd. “In mijn ogen is het een duidelijke verbetering”, zegt Margit Blok (directeur HSE bij VTTI en voorzitter van de revisiecommissie).

PGS 29 is een publicatie uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen die van toepassing is op inrichtingen met ten minste één verticale cilindrische bovengrondse stalen tank waarvan de bodem op een fundering rust. De richtlijn geldt gedurende de gehele levensfase van de tank. PGS 29 stelt regels voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige opslag.

Gevolgen voor tankopslag
Blok: “In de oude PGS zocht je je een ongeluk, vloog je van het ene hoofdstuk naar het andere. De herziene PGS 29 is duidelijk en simpel. Alle overbodige elementen zijn eruit gehaald. Dat resulteert in een leesbaarder stuk waar je onderwerpen makkelijk in kunt vinden.”

Voor tankopslagbedrijven is PGS 29 inhoudelijk ook een duidelijke verbetering, zegt Hennie Holtman (milieuadviseur bij VOTOB). “Voor bestaande situaties is een vloeistofkerende tankputbodem niet meer het primaire uitgangspunt. Dit middelvoorschrift is vervangen door een doelvoorschrift, namelijk het voorkomen van een blijvende bodemverontreiniging. Dat betekent dat bedrijven aan de hand van een risicostudie zelf kunnen bepalen hoe ze op de meest efficiënte manier bodemverontreiniging kunnen tegengaan.”

Een ander belangrijk winstpunt is volgens Holtman dat de verplichting van een stationaire brandblusvoorziening is losgelaten. “Ook hier mogen bedrijven hun beheersings- en bestrijdingsmaatregelen op basis van een risicobenadering vaststellen. Voor sommige bedrijven betekent dat dat stationaire voorzieningen niet per definitie noodzakelijk zijn.”

Herzieningsproces
De nieuwe PGS 29 (2016) betreft een volledige revisie van de voorgaande PGS 29 (2008). Bij veel voorschriften is nu een toelichting gegeven. In het hoofdstuk veiligheidsmanagement is nu onderscheid gemaakt tussen Brzo-inrichtingen en ‘niet Brzo’-inrichtingen. In een bijlage zijn nu de inspectie- en onderhoudsprogramma’s nader beschreven.

De actualisatie van PGS 29 heeft enige tijd stilgelegen vanwege de impasse die was ontstaan rond een aantal knelpunten. Deze knelpunten zijn door de PGS-beheerorganisatie en onder regie van het ministerie Infrastructuur en Milieu opgepakt. 

“Het is echt een gemeenschappelijke inspanning geweest van de industrie en de overheid”, vindt Margit Blok. “Natuurlijk, er staan altijd dingen in waar de industrie niet blij mee is, maar over het geheel genomen is dit document een vooruitgang ten opzichte van de vorige PGS.” Naast Blok waren uit de tankopslagsector onder andere Harm Zweedijk, John Verduijn, Jean Luteijn en Frank Blaauw bij het herzieningsproces betrokken.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Olie en gas daadkrachtiger dan tankopslag

Hoe kan het dat medewerkers in de tankopslag veiligheidsrisico’s wel willen oplossen en dat ook wel kunnen, maar toch niet doen? Veiligheidskundige Victor Roggeveen bestudeert de verschillende leiderschapsoriëntaties als verklaring voor de verschillen. Tijdens een lunchlezing voor de Milieu- en Veiligheidscommissie van VOTOB, lichtte hij zijn onderzoek toe. Hij bestudeerde verschillende economische sectoren. De tankopslagsector valt op door grote verschillen tussen oudere en jongere werknemers.

“Wat opvalt uit mijn enquête bij de tankopslag is het verschil tussen mensen die langer en mensen die kortere tijd werkzaam zijn in de sector”, vertelt Victor Roggeveen. “De jongeren geven aan dat ze wel degelijk willen en durven in te grijpen bij veiligheidsproblemen, maar dat ze zich niet altijd capabel daartoe voelen. Bij de mensen die langer dan 15 jaar in de sector zitten, zie je het omgekeerde: ze voelen zich wel capabel om in te grijpen, en ze willen het heel graag, maar ze durven het niet.”

Roggeveen tankopslag +-15jaar

Roggeveen interpreteert deze enquêteresultaten als ‘angst om de neus te stoten’. “Medewerkers hebben kennelijk vaak genoeg meegemaakt dat ze iets wilden veranderen in hun bedrijf, maar dat ze tegen een muur aanliepen. Uiteindelijk gaat het hier om geld, om keuzes maken: leggen we het productieproces stil of gaan we door?”

Interessant zijn ook de verschillen met andere sectoren, zoals de olie en gas-industrie. Daar voelen medewerkers zich wel degelijk bekwaam om in te grijpen en kunnen en willen ze dat ook. “Dat heeft ermee te maken dat mensen die op een booreiland werken zélf degenen zijn die het risico lopen wanneer er iets mis gaat”, zegt Roggeveen. “In de tankopslag geldt dat niet: medewerkers voelen zich niet bedreigd.”

Casos

(enquêteresultaten voor contractors in de olie- en gasindustrie)

Inspanningsindicatoren
De centrale onderzoeksvraag van Roggeveen is “welke invloed hebben leiders op het voorkómen van veiligheidscrises?”. “Veiligheid wordt tot nu toe vooral gemeten in uitkomstindicatoren, zoals ‘incident rates’, LTIF [Lost Time Injury Frequency, red.], enzovoorts. Ik ben vooral van de inspanningsindicatoren. In plaats van dat er binnen een organisatie gesteggeld wordt over de gebeurtenissen, over wie het gedaan heeft, moet het pijn doen op de bovenste verdieping. Inspanningsindicatoren kun je wél in de klauwen houden, die zijn er niet afhankelijk van of er een keer een incident is geweest.”

Onder inspanningsindicatoren verstaat Roggeveen het commitment dat er in het bedrijf bestaat. “Welke risico’s kennen we? Weten we wat we eraan moeten doen? Willen en durven we dat ook? En doen we het ten slotte? Deze vragen kun je heel goed toetsen.” Om meer inzicht te verkrijgen combineert Roggeveen deze vragen met verschillende typen van leiderschap. Hij verdeelt leiders onder types die taak-georiënteerd zijn, relatie-georiënteerd en leiders die vooral dominant zijn.

In een situatie met een taak-georiënteerde leider kunnen en durven medewerkers actie te nemen om een veiligheidsrisico te verminderen. Bij een relatie-georiënteerde leider willen en durven medewerkers in te grijpen. Bij een dominante leider ontbreekt het bij medewerkers aan elke motivatie om iets aan de veiligheidssituatie te veranderen.

Voordat hij zich toelegde op wetenschappelijk onderzoek, werkte Roggeveen jarenlang bij het veiligheidsadviesbureau AdviSafe, waarvan hij tevens de oprichter was. “Aan het einde van mijn betaalde carrière werd ik gevraagd om te promoveren aan de Leidse Faculty for Governance and Global Affairs (FGGA). Ik had nooit veel met de wetenschap gehad, maar het trok me wel aan”, zegt Roggeveen. 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Winnaars essaywedstrijd bekend!

Niet één, niet twee, maar liefst drie winnaars leverde de essaywedstrijd van Veiligheid Voorop op donderdag 19 mei op. Denise Harkema (Tebodin), Maarten de Looij (Vopak) en Roy Jautze (Dana Petroleum) ontvingen allen een beurs ter waarde van € 25.000 om de opleiding Management of Safety, Health and Environment (MoSHE) te mogen gaan volgen.

Einde aan de hiërarchie
Denise Harkema ziet in social media mogelijkheden om de veiligheidscultuur binnen Brzo-bedrijven te verbeteren. “Een sociaal netwerk leidt een eigen leven. Er ontstaat ‘collectieve intelligentie'”, stelt zij in haar verhaal. Op het internet verdwijnt de hiërarchie die veel bedrijven juist wel kennen. En daarmee raakt dit essay ook meteen aan een moeilijk punt: gebruikmaking van sociale media verhoudt zich slecht met hiërarchische verhoudingen. Het vereist van een bedrijf een ‘leap of faith’ om meer gebruik te gaan maken van twitter, instagram en wat niet meer. In elk geval is het noodzakelijk dat Brzo-bedrijven hierover gaan nadenken.

Het referentiekader bepaalt de veiligheid
Maarten de Looij wijdde zijn essay aan de verschillende referentiekaders die verschillende mensen hebben met het oog op veiligheid. Een algemene veiligheidsmaatregel voor de ene context, kan in een andere context juist een risico opleveren: bijvoorbeeld wanneer een tankopslagbedrijf roeiers verplicht om een veiligheidsbril te dragen (dit hindert hen in hun bewegingen bij meerpalen). De Looij verwees naar Thinking fast and slow van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kern uit dit boek: “Wij dénken misschien dat we rationeel zijn, maar in de praktijk nemen we vaak heel snelle intuïtieve beslissingen. Daarbij speelt het referentiekader, de ervaring, van de persoon die het werk doet, een belangrijke rol.”

Conflict mág
In het essay van Roy Jautze werd de vraag gesteld of het bedrijf er veiliger van wordt wanneer ‘stoere mannen’ zich meer ‘softe skills’ gaan eigen maken. Zoals dat voor de maatschappij als geheel geldt, geldt dat ook voor de situatie in onze bedrijven: veiligheid is gebaat bij een organisatiecultuur waarin er verschillende meningen mogen bestaan. En het mooiste is wanneer die meningen niet alleen maar naast elkaar bestaan, maar ook aan elkaar getoetst worden, zo schrijft deze auteur. Sterker nog, Jautze betoogt dat er conflict mag zijn over verschillende opvattingen van veiligheid! Alleen moet dat conflict wel op een constructieve manier worden ‘uitgevochten’. 

Het is een kettingreactie
De essaywedstrijd van Veiligheid Voorop had als thema ‘Veiligheid een Kettingreactie!’. Bij het werken met gevaarlijke stoffen is niet alleen de veiligheidscultuur binnen het eigen bedrijf van belang, maar ook het veilig samenwerken met ketenpartners, zoals toeleveranciers, contractors, logistieke dienstverleners en afnemers van chemische producten. 

Veiligheid Voorop is een samenwerkingsverband van VNO-NCW, VNCI, VNPI, VOTOB, VHCP, VVVF, VvA, VNCW, Binnenvaart Logistiek NL, Velin, Profion, Vereniging Afvalbedrijven, NVDO, VOMI, NVVK en SSVV om een goede veiligheidscultuur te bevorderen bij bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

Safety Deal komt precies op het juiste moment

“Waanzinnig goed om op veiligheidsgebied de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers te zoeken”, aldus VOMI-bestuurslid Ruud van Doorn. Met een gezamenlijke barbecue werd dinsdag 10 mei het startschot gegeven van de uitvoering van de Safety Deal van brancheorganisaties VOTOB en VOMI.

“Als VOMI zijn we al een paar jaar aan het nadenken over hoe wij we als aannemingsvereniging kunnen onderscheiden op kwaliteit en veiligheid”, zegt Ruud van Doorn (naast VOMI-bestuurslid ook CEO at Bilfinger Industrial Services). “Onze gedachten daarover passen wonderwel bij de Safety Maturity Tool die VOTOB ontwikkeld heeft. Vandaar dat wij er heel blij mee zijn dat we deze audit nu zowel bij de asset owners als bij de aannemers kunnen houden.” De Safety Deal kreeg de titel mee ‘Samen veilig werken in de keten’.

Gelijkwaardigheid is cruciaal
Het is de diepe overtuiging van Van Doorn dat opdrachtgevers en opdrachtnemers van elkaar kunnen leren. “Dat kan alleen als je jezelf écht openstelt voor de ervaring van de ander. Als je van tevoren het uitgangspunt hebt ‘die ander moet zich gewoon aanpassen’, dan levert het niets op.” Het is volgens VOMI belangrijk om op basis van gelijkwaardigheid met elkaar in gesprek te raken over veiligheid. Een ander criterium is dat het onderwerp veiligheid op het juiste niveau in de organisatie wordt geadresseerd. Van Doorn: “Je moet mensen aan tafel hebben met beslissingsbevoegdheid. Alleen dán zit er druk achter.”

Volgens Van Doorn zijn de VOMI-leden – de dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie – van nature zeer gericht op personal safety, terwijl de opdrachtgevers, waaronder ook tankopslagbedrijven, meer de nadruk op process safety leggen. Juist de verschillen in nadruk in het veiligheidsbeleid kan volgens hem over en weer kennis toevoegen. “Incidenten zijn in onze branche vaak persoonlijke ongevallen. Het zullen niet gauw onze mensen zijn die ervoor zorgen dat er een tank ontploft; wat er wél gebeurt, is dat ze door verkeerd handelen in de line of fire terecht komen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen op het gebied van veiligheid veel van elkaar leren.”

VOMI-directeur mark Ammerdorffer sluit zich aan bij deze lijn. “De samenwerking tussen de verschillende branches is tamelijk uniek. We hopen als branche van dienstverlenende bedrijven dat dit de opmaat wordt naar meer Safety Deals, ook met andere branches zoals de VNPI en VNCI.”

Steun van het Ministerie van I&M
Vorig jaar werd de Safety Deal – het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de veiligheid in de opslagketen te verbeteren – bekrachtigd door toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni ondersteuning toe. Bij de feestelijke barbecue van dinsdag 10 mei was ook de Directeur-Generaal van het Ministerie van I&M, Chris Kuijpers aanwezig.

VOMI is de brancheorganisatie voor dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie. VOTOB is de branchevereniging van Nederlandse Tankopslagbedrijven. 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

‘Vlieglessen’ voor veiligheidsmensen

Kun je het runnen van een BRZO-bedrijf vergelijken met het vliegen van een Apache helikopter? Je hebt in beide gevallen met risico’s te maken. Risico’s die je zoveel mogelijk wilt reduceren. Maar tegelijk wil je wél wat bereiken: in hoeverre bijten deze doelstellingen elkaar?

De jaarlijkse Veiligheidsdag van het samenwerkingsverband Veiligheid Voorop had dit jaar een militair thema. Ruim 170 CEO’s, plantmanagers en HSE-managers waren op 12 november naar Fort Voordorp bij Utrecht gekomen om onder ‘militaire leiding’ de ‘missie betrokken leiderschap’ uit te voeren.

Als betrokken leider van het programma Veiligheid Voorop plaatste Anton van Beek (CEO bij Dow Chemicals) het thema van de dag in breder perspectief. “Veiligheid Voorop betekent in mijn ogen dat we moeten gaan voor nul incidenten. ‘Veiligheid’ moet méér zijn dan een sticker die je op de deur plakt, het moet een sticker op je hart zijn.”

CEO Van Beek ziet zichzelf niet zitten aan de top van de organisatiepiramide, hij verbeeldt zijn bedrijf als een kubus, waarbij de leider zich in het midden bevindt. “Een directieve leider die alleen maar ‘doe dit, doe dat’ zegt, zal nooit succesvol zijn. Alleen wanneer je vanuit passie en overtuiging werkt, krijg je de hele kubus mee.”

Dodelijke vermoeidheid
Niels Potters (voormalig vluchtcommandant bij de Nederlandse Luchtmacht) nam het gehoor mee in enkele ‘operatiën’ die hij als Apache gevechtsvlieger meemaakte in Irak en Afghanistan. “Voor mij betekent ‘veiligheid’ dat ik mijn mensen naderhand weer veilig terugbreng bij hun gezin”, zegt Potters. “Maar het werk van een gevechtsvlieger in oorlogsgebied kán niet zonder risico’s. Je zoekt per definitie de grens op en soms ga je er zelfs overheen.”

Hoe bepaalt Potters dan welk risico aanvaardbaar is? “Veiligheid gaat enerzijds over risico-acceptatie. Dat risico heeft met de aard van de missie te maken: zo moesten wij in Afghanistan bijvoorbeeld een keer mensen uit overstroomd gebied redden. Dát is dan je missie. Dat er tussen hen misschien ook een ‘boefje’ zit, dat risico accepteer je dan om een hoger doel te behalen. Anderzijds heb je ‘risico-tolerantie’: dat zijn alle randvoorwaarden waaraan je voldoet om maximale veiligheid binnen het kader van de missie te garanderen.”

De cijfers laten zien dat er juist op het vlak van de ‘risico-tolerantie’ veel winst te behalen is. Niels Potters: “20%-50% van de slachtoffers in inzetgebied vallen door zogenaamde non-hostile acts, technische gebreken, vermoeidheid, onvoldoende voorbereiding, slechte communicatie enzovoort.”

Steeds minder risico
Terwijl men bij militaire missies over ‘risico-acceptatie’ spreekt, ligt dat bij BRZO-bedrijven erg gevoelig. Niet alleen het bevoegd gezag, maar ook bedrijven zelf willen liefst elk risico uitsluiten. Volgens Theo Olijve (Managing Director Odfjell) is een militaire context niet één-op-één op de chemische industrie over te brengen. “De ambitie moet nul incidenten blijven. Als je zo’n ambitie niet vaststelt, dan kom je er ook nooit. Je moet de risico’s niet accepteren, maar je moet ze natuurlijk wel zo goed mogelijk kennen. Daar steken wij veel energie in. Voor ons bedrijf is het van belang om risico’s zo ver mogelijk te reduceren.”

“De vergelijking met een gevechtsvlieger gaat mank”, vindt Olijve dan ook. “Odfjell opereert in een geheel andere omgeving. Wij hoeven ons bedrijf niet in een oorlogssituatie te runnen. Daarom is het logisch dat er veel hogere eisen gesteld worden.”

“Ik ben het daar niet mee eens”, reageert Niels Potters. “Als het regent en je neemt de auto, dan accepteer je impliciet een groter risico dan wanneer het droog is. Binnen blijven is echt veiliger. Datzelfde geldt voor BRZO-bedrijven: het toestaan van zulke bedrijven in een dichtbevolkte omgeving brengt sowieso risico met zich mee.” Het verschil zit hem er volgens Potters in dat militairen het risico expliciet maken: “Bij een gevechtsmissie wéét je welk risico je loopt. In het bedrijfsleven is de risico-acceptatie vaak impliciet.”

Medewerkers kort maaien
Peter van den Berg (bestuurslid van Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven, VSB) heeft van de dag vooral opgestoken dat ‘betrokken leiderschap’ vereist dat je je kwetsbaar durft op te stellen. “Het is een spanningsveld: je wilt sterk in je schoenen staan en anderen verwachten dat ook van je, maar als je je medewerkers meteen ‘kort maait’ wanneer ze weerwoord bieden, gaat dat ten koste van een veilige bedrijfsvoering. Ik neem me daarom voor om minder snel te oordelen in de toekomst.”

Theo Olijve was al helemaal doordesemd van veiligheid voordat hij naar Fort Voordorp kwam; veel wat hij op de Veiligheidsdag hoorde, was hem al wel bekend. “Maar het is natuurlijk wel belangrijk om er continu aan herinnerd te worden. Daarnaast kun je altijd leren van elkaars ervaringen, daarvoor kom je natuurlijk ook.”

Veiligheid Voorop
Veiligheid is uitermate belangrijk voor bedrijven in de (chemische) industrie. Een bedrijf wil veiligheid goed op orde hebben. Niet alleen voor de eigen medewerkers, maar ook voor omwonenden en voor het milieu. Daarom neemt een bedrijf allerlei veiligheidsmaatregelen en zijn er tal van veiligheidsprocedures.

Werken aan veiligheid is een continu proces van ervaringen opdoen, van leren van elkaar en van verbeteringen doorvoeren. Hoe vervelend ook, het kan gebeuren dat er iets fout gaat. Het is belangrijk om daar binnen de sector goed naar te kijken en ervan te leren.

Om de veiligheidsprestaties van de (petro)chemie naar een nog hoger niveau te brengen is in 2011 het actieplan Veiligheid Voorop opgesteld. Het programma richt zich in eerste instantie op bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, de zogenoemde BRZO-bedrijven.

Veiligheid Voorop is een initiatief van VNO-NCW, de chemische industrie (VNCI), de petroleumindustrie (VNPI), de tankopslagbedrijven (VOTOB) en de handelaren in chemische producten (VHCP). Inmiddels hebben ook andere organisaties zich aangesloten, zoals de brancheorganisaties van onderhoudsorganisaties (VOMI, NVDO en Profion) en van verf- en drukinktbedrijven (VVVF). Veiligheid Voorop wordt ondersteund door NVVK, de beroepsvereniging van veiligheidskundigen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

VOTOB en VOMI bieden Safety Deal aan

Het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de de veiligheid in de opslagketen te verbeteren, is vandaag bekrachtigd door staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni steun toe om het plan uit te voeren.

Binnen de branches wordt er hard gewerkt om het algemene veiligheidsniveau van de aangesloten bedrijven te vergroten. Maar er zijn grenzen aan wat een branche in zijn eentje kan doen: de tankopslagbranche functioneert niet in een vacuüm, maar heeft voortdurend te maken met (onder-) aannemers en andere ketenpartners die ook een rol spelen in de veiligheid. De Safety Deal die VOTOB samen met VOMI (dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie) heeft gesloten, is een logische stap om ook in de keten het veiligheidsniveau te verbeteren.

VOTOB en VOMI zijn trots dat deze Safety Deal door staatssecretaris Mansveld van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, is uitgekozen als een van de zes voorbeeldprojecten. “We zetten door middel van onze Safety Maturity Tool al jaren in op het generiek verbeteren van de veiligheid in de sector. Samen met VOMI gaan we nu ook brancheoverstijgend aan de slag”, aldus VOTOB-directeur Sandra de Bont.

Onder de noemer ‘Samen veilig werken in de keten’ worden de plannen ontvouwd. Tegelijkertijd geeft het voorstel van VOTOB en VOMI ook invulling aan de vierde pijler van het programma Veiligheid Voorop en beantwoordt het de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) die in haar rapport over Odfjell bedrijven verzocht om “concrete betekenis en invulling aan ketensamenwerking en ketenverantwoordelijkheid te geven.”

Het programma Veiligheid Voorop stimuleert chemiebedrijven en hun ketenpartners om (gezamenlijk) hun veiligheidsperformance en veiligheidscultuur op een hoger peil te brengen. Ze delen kennis en methoden van aanpak  die veiligheid bevorderen en hebben aandacht en zorg voor het veiligheidsaspect bij de ketenbedrijven waarmee zij samenwerken en zaken doen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

VOTOB denkt mee met vernieuwing PGS29

Deze zomer zal een nieuwe versie van PGS29 het licht zien. Vóór die tijd moet de voorzitter van de revisiewerkgroep PGS29, Margit Blok, nog wel een paar meningsverschillen uit de weg ruimen. Bijvoorbeeld over de risicomethodiek en de maatgevende criteria bij incidentbeheersing.

In december 2005 brak er op de Buncefield olieterminal in Groot-Brittannië een grote brand uit met rookwolken die tot in Frankrijk zichtbaar waren. Het kostte de brandweer vijf dagen om de enorme brand te bedwingen. Naderhand werden de oorzaken van de ramp duidelijk: diverse veiligheidsvoorzieningen hadden gefaald, waaronder de hoogteniveaumeters en het bijbehorende alarmeringssysteem. De resultaten van het Britse onderzoek waren in Nederland aanleiding om in 2008 de Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks (PGS29) aan te passen.

Kort na de aanpassing van de richtlijn PGS29 bleek echter dat er nog altijd onduidelijkheid bestond over de eisen aan bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks. De complexiteit van de richtlijn leidde tot interpretatieverschillen, wat een ongelijk speelveld opleverde. Daarom volgde kort op de herziening van 2008 een nieuwe revisieronde.

Sinds 2008 is de actualisatie en het beheer van de zogenoemde Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) door de rijksoverheid overgedragen aan een zelfstandige beheersorganisatie. Bedrijfsleven en overheden zorgen binnen deze organisatie gezamenlijk voor de inhoud van de publicaties. De publicaties geven aan welke voorschriften en criteria de overheid – op basis van de stand van de techniek – kan toepassen bij vergunningverlening aan bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken.

De revisiewerkgroep PGS29 houdt zich sinds 2013 bezig met de nieuwe revisie van de richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks (PGS29). VOTOB is nauw betrokken bij deze revisie. In elke werkgroep zit een vertegenwoordiger van de VOTOB en VOTOB heeft de voorzitter geleverd voor deze werkgroep, namelijk Margit Blok (directeur HSE bij VTTI).

Het is voor tankopslagbedrijven niet altijd geheel duidelijk aan welke eisen ze moeten voldoen bij de opslag van brandbare vloeistoffen. Ook binnen de werkgroep PGS29 komen interpretatieverschillen aan het licht. ‘’Eén van de moeilijkste discussiepunten bij de herziening van PGS29 is de vraag wat een ‘maatgevend scenario’ is”, vertelt Margit Blok. “Wat geldt als ‘maatgevend’ bij een incident? Op welk type incidenten moeten we precies voorbereid zijn? Vinden we het acceptabel om een tank gecontroleerd te laten uitbranden?”

Een ander punt van discussie is het identificeren van een voor alle partijen acceptabele risicomethodiek. Margit Blok: “Stel je hebt een huis van drie verdiepingen, ben jij als huiseigenaar verplicht om uit voorzorg een brandladder aan de buitenkant van je huis te bevestigen? Of kan je op een andere manier het risico voldoende reduceren, zoals door in elke kamer een rookmelder bevestigen?”

Het concept wordt deze zomer gepubliceerd voor commentaar. “Dan krijgen alle partijen nog de gelegenheid om een reactie te geven”, aldus Margit Blok.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Safety Maturity Tool: de hardware

VOTOB-lidbedrijven hebben hun hardware behoorlijk goed op orde, maar Kiwa-inspecteur Eef Nauta drukt bedrijven op het hart dat hardware méér is dan alleen tanks. “De leidingen verdienen dezelfde aandacht en het liefst komen alle lijntjes bij één persoon samen.” Nauta voerde in het kader van de Safety Maturity Tool de hardware-audit uit.

Ook al maakt hij een doorgewinterde indruk, Eef Nauta begon pas vorig jaar maart als teamleider olie, gas en chemische installaties bij certificeringsorganisatie Kiwa. “Daarvoor zat ik 29 jaar bij Shell, waarvan 23 jaar bij de inspectiedienst van het bedrijf.”

Eef Nauta houdt van technische uitdagingen: “Ik ben van oorsprong werktuigkundige, ik ben ooit nog begonnen in de koopvaardij.” Bij Shell deed Nauta de laatste tijd zelf weinig inspecties meer. Zijn werk bestond vooral uit het bijhouden van kwaliteitszorgsystemen en verzorgen van trainingen voor collega’s. “Ik was daar toch de oude, ervaren inspecteur, de ‘lieve Liza’ bij wie iedereen met z’n technische vragen terecht kon.”

Zeldzame zelf-audit
In opdracht van VOTOB voerde Nauta het hardware-gedeelte van de Safety Maturity Tool (SMT) uit. Met een kritisch oog bekeek hij talloze tanks, leidingen en drukvaten. Zo’n uitgebreide zelf-audit kwam Eef Nauta nog niet eerder bij een branche tegen. “Je ziet het wel bij grote multinationals, bij Shell of Esso. Die doen dan eens in de zoveel jaar een Focused Asset Integrity Review.”

Eef Nauta: “Ik vind het een goed idee dat VOTOB-leden zo’n SMT uitvoeren. Het maakt heel snel inzichtelijk waar de aandachtspunten liggen. In het algemeen hebben de tankopslagbedrijven het qua tanks goed voor elkaar. Ik heb maar weinig terminals gezien waarbij er moeilijkheden waren.”

Problemen lagen niet zozeer bij tanks, maar eerder bij andere keurplichtige apparatuur, zo constateerde Nauta. “Ook het leidingwerk en drukapparatuur ben je verplicht om eens in de vier of zes jaar te inspecteren. Sommige bedrijven brengen dit onder bij de HSE-persoon, andere bedrijven bij de onderhoudsafdeling. Het viel me op dat deze informatie vaak niet makkelijk boven water te krijgen was. Het wás er wel, maar soms moesten ze er lang naar zoeken.”

Inzicht met één druk op de knop
Volgens Nauta zou alle kennis over inspecties van hardware bij één persoon neergelegd moeten worden, en liefst ook nog bij iemand die onafhankelijk is van het productieproces. “Het ligt nu te veel op verschillende plekken en bij mensen die druk met andere dingen bezig zijn. Van inspectie wordt vaak gedacht ‘het kost geld’, maar op den duur bespaart het echt geld. Idealiter kun je met één druk op de knop een overzicht geven van alle assets en wanneer ze geïnspecteerd moeten worden.”

Kiwa zou op dit vlak ook diensten kunnen aanbieden, meent Eef Nauta. “We zouden bedrijven kunnen helpen om een inspectie coördinatiesysteem neer te zetten voor terminals. Inspectie is echt iets anders dan onderhoud. Bij een inspectie weet je niet alleen of een tank voldoet, maar ook wanneer je wettelijk verplicht bent om opnieuw te inspecteren en dat alles in afstemming met de operationele en onderhoudsafdeling.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Joop Atsma: transparantie belangrijk

“De tankopslag heeft me echt verrast.” Voormalig milieu-bewindsman Joop Atsma vond de sector voorheen nogal ‘naar binnen gekeerd’; nu is hij gegrepen door de drive en de dynamiek van de tankopslagbedrijven.

Sinds januari 2014 is oud milieu-staatssecretaris Joop Atsma het gezicht van VOTOB. Volgens de werkgeversvoorman Wientjes was hij de ideale staatssecretaris, omdat hij niet alleen aan milieu, maar ook aan ondernemers dacht. Na enkele maanden als VOTOB-voorzitter is Atsma vooral onder de indruk van de betekenis van de sector voor de Nederlandse economie. “De tankopslag is bij het bredere publiek minder bekend, maar is van enorm belang. Ik zie het als mijn rol om dit belang beter duidelijk te maken.”

Joop Atsma is tegelijk verrast over de drive en de bevlogenheid die hij bij de VOTOB-leden aantrof. “Ik was erg verrast over wat de VOTOB-leden op poten hebben gezet, met de Safety Maturity Tool en andere tools om duurzaamheid en de veiligheid te vergroten. Dat was toch anders dan ik verwacht had. Als staatssecretaris van Milieu had ik de indruk dat de sector erg naar binnen gekeerd was. Door de gebeurtenissen in 2012 moest de sector wel naar buiten treden, aangezien de VOTOB-bedrijven onder een vergrootglas kwamen te liggen.”

Graag wat variatie
In de media werd er kritisch gereageerd op Atsma’s overstap naar VOTOB. De draai van milieu-staatssecretaris naar vertegenwoordiger van de tankopslag zou volgens sommigen te groot zijn. “Jammer”, vond Joop Atsma dit. “Maar eigenlijk was er maar heel weinig kritiek. De mensen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de uitvoerende diensten en vanuit de veiligheidsregio reageerden juist heel positief.”

Atsma is niet voor één gat te vangen. Behalve voor de tankopslag is hij actief voor ‘De Lotto’, voor het ijsstadion Thialf in Heerenveen en voor het Productschap Vee en Vlees. Lopen al die functies niet té ver uiteen? Joop Atsma: “Ik heb altijd gezegd dat ik me niet op één sector of branche wilde oriënteren. Dat heb ik in het verleden trouwens ook nooit gedaan. Ik houd gewoon van die variatie; ik ben geboeid door verschillende onderwerpen.”

Atsma vervolgt: “Het Productschap Vee en Vlees is overigens wel een beetje vergelijkbaar met VOTOB: de branche heeft met soortgelijke problemen te maken. Ik zat laatst bij Tjibbe Joustra (de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid) en we konden gelijk van het onderzoek naar Odfjell naar het onderzoek in de vleessector overstappen. Er zijn zeker parallellen aan te wijzen: in beide sectoren wordt transparantie steeds belangrijker. Zowel in de tankopslag als in de slachterijen geldt dat het vertrouwen bij de toezichthouder en bij de burger moet worden verstevigd en dat transparantie de weg daar naartoe is.”

Voorkomen van geuroverlast
Omdat Joop Atsma een netwerker pur sang is, gaat het werk voor VOTOB ook in de weekenden gewoon door. “Afgelopen weekend sprak ik nog met Steven Lak, de voorzitter van Deltalinqs, over hoe we de sector positiever zouden kunnen profileren. De sector is namelijk niet alleen naar binnen gericht; een aantal politieke partijen zien de tankopslag liever gaan dan komen. Bedrijven moeten daar oog voor hebben, daarop inspelen. We moeten nóg duidelijker maken wie we zijn en wat de betekenis van de sector is.”

Als milieu-staatssecretaris stond Atsma erom bekend dat hij vond dat het bedrijfsleven de trekker moest zijn van het duurzaamheidsbeleid. Zal hij deze lijn als voorzitter van VOTOB verder uitvoeren? “De hele discussie rondom het ontgassen is een goed voorbeeld van de proactieve koers van de sector. Sommige leden hebben recent het idee geopperd om e-noses (elektronische neuzen) te introduceren om geuroverlast tegen de gaan. Daarmee laten we zien dat het niet alleen bij goede voornemens blijft.”

“Tegelijkertijd kun je nog zover vooroplopen; het beeld bij de buitenwacht zal altijd bepaald worden door degenen die achterblijven”, weet Atsma. “De tankopslag heeft er belang bij dat de bedrijven die niet voorop lopen, uiteindelijk ook meekomen. Mede dankzij de Safety Maturity Tool worden in dat opzicht enorme stappen gezet.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn