Nieuws | Veilig

Kennismiddag tankputbrandbestrijding

Op donderdag 4 oktober organiseert H2K in samenwerking met de Antea Group van 13.00 tot 16.30 uur een kennismiddag over actieve en passieve tankputbrandbestrijding op het Spinel Veiligheidscentrum in Dordrecht.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Workshop Voorkoming Oil Storage Spoofing

Op dinsdag 11 september organiseert de Zeehaven Politie Rotterdam voor alle tankopslagbedrijven in Nederland een workshop gericht op het voorkomen van Oil Storage Spoofing.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Rapportage veiligheidssituatie 2017 aan Tweede Kamer aangeboden

Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) heeft op 9 juli jl. aan de Tweede Kamer de rapportage van de Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2017 aangeboden.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

AD 22 juli 2018: ‘Geld nodig voor bedrijfsscholen’.

Als VOTOB kunnen wij ons uiteraard helemaal vinden in dit artikel. Lees het hier:

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Jaarlijkse Fetsa conferentie

De Fetsa, de Europese belangenbehartiger voor de tankopslag, organiseert elk jaar een conferentie met een beurs.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Wat hebben VOTOB en VOTOB Academy in 2017 allemaal ondernomen?

Er is veel gedaan voor en samen met, onze leden. Te veel om allemaal los te benoemen. In ons jaaroverzicht hebben wij daarom de highlights over 2017 opgenomen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

VOTOB en VOMI bieden Safety Deal aan

Het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de de veiligheid in de opslagketen te verbeteren, is vandaag bekrachtigd door staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni steun toe om het plan uit te voeren.

Binnen de branches wordt er hard gewerkt om het algemene veiligheidsniveau van de aangesloten bedrijven te vergroten. Maar er zijn grenzen aan wat een branche in zijn eentje kan doen: de tankopslagbranche functioneert niet in een vacuüm, maar heeft voortdurend te maken met (onder-) aannemers en andere ketenpartners die ook een rol spelen in de veiligheid. De Safety Deal die VOTOB samen met VOMI (dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie) heeft gesloten, is een logische stap om ook in de keten het veiligheidsniveau te verbeteren.

VOTOB en VOMI zijn trots dat deze Safety Deal door staatssecretaris Mansveld van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, is uitgekozen als een van de zes voorbeeldprojecten. “We zetten door middel van onze Safety Maturity Tool al jaren in op het generiek verbeteren van de veiligheid in de sector. Samen met VOMI gaan we nu ook brancheoverstijgend aan de slag”, aldus VOTOB-directeur Sandra de Bont.

Onder de noemer ‘Samen veilig werken in de keten’ worden de plannen ontvouwd. Tegelijkertijd geeft het voorstel van VOTOB en VOMI ook invulling aan de vierde pijler van het programma Veiligheid Voorop en beantwoordt het de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) die in haar rapport over Odfjell bedrijven verzocht om “concrete betekenis en invulling aan ketensamenwerking en ketenverantwoordelijkheid te geven.”

Het programma Veiligheid Voorop stimuleert chemiebedrijven en hun ketenpartners om (gezamenlijk) hun veiligheidsperformance en veiligheidscultuur op een hoger peil te brengen. Ze delen kennis en methoden van aanpak  die veiligheid bevorderen en hebben aandacht en zorg voor het veiligheidsaspect bij de ketenbedrijven waarmee zij samenwerken en zaken doen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Duurzaam

Elk jaar weer laaghangend fruit

In 2012 liet de tankopslagsector een energiebesparing  van  213 TJ  zien ten opzichte van het basisjaar 2008. Mart van Melick van Agentschap NL zet deze resultaten in de juiste context.

De tankopslagsector neemt al enkele jaren deel aan de meerjarenafspraken op het gebied van energie-efficiency. De cijfers laten zien dat het totale energieverbruik in de tankopslag in 2012 (2.349 TJ) ongeveer  op een zelfde niveau ligt als in 2011. Mart van Melick is bij AgentschapNL één van de teamleden die de tankopslagsector langs de meetlat legt.

“Of het heeft opgeleverd wat de sector ervan verwachtte, dat is iets dat de branche eigenlijk zélf moet aangeven”, vindt Van Melick. “Een goed beeld van wat de besparingen hebben opgeleverd, levert ook argumenten aan om ermee door te gaan of ermee te stoppen.”

Jaarlijks stelt het tankopslagteam  een sectorrapportage samen, specifiek voor de tankopslagsector. Andere collega’s bij Agentschap NL houden zich met andere sectoren bezig. De sectorrapportage is een geaggregeerd overzicht van de gegevens die individuele bedrijven jaarlijks aanleveren. Om het succes van de meerjarenafspraken te meten, moet je de sectorrapportage daarom naast de eigen meerjarenplannen van VOTOB leggen.

Prominente plek in de organisatie
Van Melick merkt dat bedrijven hun prestaties op het gebied van energie-efficiency ook gebruiken als invulling van hun MVO-beleid (maatschappelijk verantwoord ondernemen). “Doordat je deelneemt aan de MJA, wordt het onderwerp energie  ook prominenter in de organisatie op de agenda gezet.. Dat vertaalt zich in personele zin: er worden mensen aangenomen die zich bezighouden met energiebesparing. Op die manier wordt het ook in de bedrijfsvoering verankerd. Zo krijg je gestructureerde aandacht voor energiebesparing.”

Dat verankeren van energie-efficiency-beleid was ook precies de opzet van de MJA. Van Melick: “Bedrijven die deelnemen, verplichten zich om binnen drie jaar een volledig energiezorgsysteem in te voeren, als onderdeel van hun milieuzorgsysteem. Daar rekenen we ze ook min of meer op af.” Als taken en verantwoordelijkheden binnen een bedrijf duidelijk zijn benoemd, dan is energiebesparing beter geborgd.”

Agentschap NL kijkt naar de cijfers die de bedrijven jaarlijks aanleveren, en baseert haar oordeel op deze gegevens. “Wij gaan niet ter plekke kijken of die cijfers wel kloppen, maar we bezoeken  wel regelmatig  de bedrijven, om voeling met de sector te houden. Ik wil gewoon weten wat er speelt, juist om facilitering op maat te kunnen leveren.”

Basis is vertrouwen
“De basis van het convenant is wederzijds vertrouwen. We nemen aan dat de cijfers die de bedrijven aanleveren, kloppen, de Meerjarenafspraken werken op dit punt  anders dan wetgeving. De cijfers die de bedrijven aanreiken, moeten kloppen met wat ze werkelijk doen. Soms zie je dat er onredelijke besparingen worden opgevoerd. Dan nemen wij de telefoon even om te kijken wat er aan de hand is. Niet met de insteek ‘ze zijn de kluit aan het belazeren’, maar met de vraag of er misschien ergens een fout ingeslopen is.  Het overall beeld laat toch goed zien wat bedrijven feitelijk aan het doen zijn.”

Met alle deelnemers aan de twee huidige energieconvenanten, MJA3 en MEE wordt zo’n 80% van het industriële energieverbruik bestreken. Het grootste deel van het midden- en kleinbedrijf valt buiten de convenants afspraken en hebben in plaats daarvan met de Wet Milieubeheer te maken. Het concept MJA gaat intussen al meer dan  twintig jaar mee: zijn intussen alle renderende besparingsmaatregelen niet allang genomen? Hoe lang kan zo’n convenant nog blijven werken?

Van Melick: “Soms zegt men wel eens dat al het ‘laaghangend fruit’ al geplukt is, maar kenmerkt van fruitbomen is juist dat er elk jaar weer nieuw fruit aangroeit. Bij stijgende energieprijzen en   en zich aandienende nieuwe  technieken ontstaan  telkens weer nieuwe mogelijkheden voor energiebesparingen biedt. Het is geen statisch geheel, de bedrijven zijn voortdurend in beweging.”

Lessen voor  VOTOB
Agentschap NL kijkt niet alleen naar de tankopslag, maar naar alle industriële sectoren. Is er iets dat de tankopslag van de anderen zou kunnen leren? Mart van Melick: “In het algemeen zou je kunnen zeggen dat VOTOB-leden de keuken wat meer voor elkaar zouden kunnen opengooien. In bijvoorbeeld  de rubber- en kunststofindustrie zie je dat de sector maximaal voordelen haalt uit kennisdeling  en door onderlinge samenwerking  Het heeft iets met de bedrijfscultuur te maken dat dat bij VOTOB lastiger is. Maar in mijn ogen liggen hier nog  aantrekkelijke  kansen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Safety Maturity Tool: de hardware

VOTOB-lidbedrijven hebben hun hardware behoorlijk goed op orde, maar Kiwa-inspecteur Eef Nauta drukt bedrijven op het hart dat hardware méér is dan alleen tanks. “De leidingen verdienen dezelfde aandacht en het liefst komen alle lijntjes bij één persoon samen.” Nauta voerde in het kader van de Safety Maturity Tool de hardware-audit uit.

Ook al maakt hij een doorgewinterde indruk, Eef Nauta begon pas vorig jaar maart als teamleider olie, gas en chemische installaties bij certificeringsorganisatie Kiwa. “Daarvoor zat ik 29 jaar bij Shell, waarvan 23 jaar bij de inspectiedienst van het bedrijf.”

Eef Nauta houdt van technische uitdagingen: “Ik ben van oorsprong werktuigkundige, ik ben ooit nog begonnen in de koopvaardij.” Bij Shell deed Nauta de laatste tijd zelf weinig inspecties meer. Zijn werk bestond vooral uit het bijhouden van kwaliteitszorgsystemen en verzorgen van trainingen voor collega’s. “Ik was daar toch de oude, ervaren inspecteur, de ‘lieve Liza’ bij wie iedereen met z’n technische vragen terecht kon.”

Zeldzame zelf-audit
In opdracht van VOTOB voerde Nauta het hardware-gedeelte van de Safety Maturity Tool (SMT) uit. Met een kritisch oog bekeek hij talloze tanks, leidingen en drukvaten. Zo’n uitgebreide zelf-audit kwam Eef Nauta nog niet eerder bij een branche tegen. “Je ziet het wel bij grote multinationals, bij Shell of Esso. Die doen dan eens in de zoveel jaar een Focused Asset Integrity Review.”

Eef Nauta: “Ik vind het een goed idee dat VOTOB-leden zo’n SMT uitvoeren. Het maakt heel snel inzichtelijk waar de aandachtspunten liggen. In het algemeen hebben de tankopslagbedrijven het qua tanks goed voor elkaar. Ik heb maar weinig terminals gezien waarbij er moeilijkheden waren.”

Problemen lagen niet zozeer bij tanks, maar eerder bij andere keurplichtige apparatuur, zo constateerde Nauta. “Ook het leidingwerk en drukapparatuur ben je verplicht om eens in de vier of zes jaar te inspecteren. Sommige bedrijven brengen dit onder bij de HSE-persoon, andere bedrijven bij de onderhoudsafdeling. Het viel me op dat deze informatie vaak niet makkelijk boven water te krijgen was. Het wás er wel, maar soms moesten ze er lang naar zoeken.”

Inzicht met één druk op de knop
Volgens Nauta zou alle kennis over inspecties van hardware bij één persoon neergelegd moeten worden, en liefst ook nog bij iemand die onafhankelijk is van het productieproces. “Het ligt nu te veel op verschillende plekken en bij mensen die druk met andere dingen bezig zijn. Van inspectie wordt vaak gedacht ‘het kost geld’, maar op den duur bespaart het echt geld. Idealiter kun je met één druk op de knop een overzicht geven van alle assets en wanneer ze geïnspecteerd moeten worden.”

Kiwa zou op dit vlak ook diensten kunnen aanbieden, meent Eef Nauta. “We zouden bedrijven kunnen helpen om een inspectie coördinatiesysteem neer te zetten voor terminals. Inspectie is echt iets anders dan onderhoud. Bij een inspectie weet je niet alleen of een tank voldoet, maar ook wanneer je wettelijk verplicht bent om opnieuw te inspecteren en dat alles in afstemming met de operationele en onderhoudsafdeling.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Joop Atsma: transparantie belangrijk

“De tankopslag heeft me echt verrast.” Voormalig milieu-bewindsman Joop Atsma vond de sector voorheen nogal ‘naar binnen gekeerd’; nu is hij gegrepen door de drive en de dynamiek van de tankopslagbedrijven.

Sinds januari 2014 is oud milieu-staatssecretaris Joop Atsma het gezicht van VOTOB. Volgens de werkgeversvoorman Wientjes was hij de ideale staatssecretaris, omdat hij niet alleen aan milieu, maar ook aan ondernemers dacht. Na enkele maanden als VOTOB-voorzitter is Atsma vooral onder de indruk van de betekenis van de sector voor de Nederlandse economie. “De tankopslag is bij het bredere publiek minder bekend, maar is van enorm belang. Ik zie het als mijn rol om dit belang beter duidelijk te maken.”

Joop Atsma is tegelijk verrast over de drive en de bevlogenheid die hij bij de VOTOB-leden aantrof. “Ik was erg verrast over wat de VOTOB-leden op poten hebben gezet, met de Safety Maturity Tool en andere tools om duurzaamheid en de veiligheid te vergroten. Dat was toch anders dan ik verwacht had. Als staatssecretaris van Milieu had ik de indruk dat de sector erg naar binnen gekeerd was. Door de gebeurtenissen in 2012 moest de sector wel naar buiten treden, aangezien de VOTOB-bedrijven onder een vergrootglas kwamen te liggen.”

Graag wat variatie
In de media werd er kritisch gereageerd op Atsma’s overstap naar VOTOB. De draai van milieu-staatssecretaris naar vertegenwoordiger van de tankopslag zou volgens sommigen te groot zijn. “Jammer”, vond Joop Atsma dit. “Maar eigenlijk was er maar heel weinig kritiek. De mensen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de uitvoerende diensten en vanuit de veiligheidsregio reageerden juist heel positief.”

Atsma is niet voor één gat te vangen. Behalve voor de tankopslag is hij actief voor ‘De Lotto’, voor het ijsstadion Thialf in Heerenveen en voor het Productschap Vee en Vlees. Lopen al die functies niet té ver uiteen? Joop Atsma: “Ik heb altijd gezegd dat ik me niet op één sector of branche wilde oriënteren. Dat heb ik in het verleden trouwens ook nooit gedaan. Ik houd gewoon van die variatie; ik ben geboeid door verschillende onderwerpen.”

Atsma vervolgt: “Het Productschap Vee en Vlees is overigens wel een beetje vergelijkbaar met VOTOB: de branche heeft met soortgelijke problemen te maken. Ik zat laatst bij Tjibbe Joustra (de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid) en we konden gelijk van het onderzoek naar Odfjell naar het onderzoek in de vleessector overstappen. Er zijn zeker parallellen aan te wijzen: in beide sectoren wordt transparantie steeds belangrijker. Zowel in de tankopslag als in de slachterijen geldt dat het vertrouwen bij de toezichthouder en bij de burger moet worden verstevigd en dat transparantie de weg daar naartoe is.”

Voorkomen van geuroverlast
Omdat Joop Atsma een netwerker pur sang is, gaat het werk voor VOTOB ook in de weekenden gewoon door. “Afgelopen weekend sprak ik nog met Steven Lak, de voorzitter van Deltalinqs, over hoe we de sector positiever zouden kunnen profileren. De sector is namelijk niet alleen naar binnen gericht; een aantal politieke partijen zien de tankopslag liever gaan dan komen. Bedrijven moeten daar oog voor hebben, daarop inspelen. We moeten nóg duidelijker maken wie we zijn en wat de betekenis van de sector is.”

Als milieu-staatssecretaris stond Atsma erom bekend dat hij vond dat het bedrijfsleven de trekker moest zijn van het duurzaamheidsbeleid. Zal hij deze lijn als voorzitter van VOTOB verder uitvoeren? “De hele discussie rondom het ontgassen is een goed voorbeeld van de proactieve koers van de sector. Sommige leden hebben recent het idee geopperd om e-noses (elektronische neuzen) te introduceren om geuroverlast tegen de gaan. Daarmee laten we zien dat het niet alleen bij goede voornemens blijft.”

“Tegelijkertijd kun je nog zover vooroplopen; het beeld bij de buitenwacht zal altijd bepaald worden door degenen die achterblijven”, weet Atsma. “De tankopslag heeft er belang bij dat de bedrijven die niet voorop lopen, uiteindelijk ook meekomen. Mede dankzij de Safety Maturity Tool worden in dat opzicht enorme stappen gezet.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Kennismiddag tankputbrandbestrijding

Op donderdag 4 oktober organiseert H2K in samenwerking met de Antea Group van 13.00 tot 16.30 uur een kennismiddag over actieve en passieve tankputbrandbestrijding op het Spinel Veiligheidscentrum in Dordrecht.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Workshop Voorkoming Oil Storage Spoofing

Op dinsdag 11 september organiseert de Zeehaven Politie Rotterdam voor alle tankopslagbedrijven in Nederland een workshop gericht op het voorkomen van Oil Storage Spoofing.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Rapportage veiligheidssituatie 2017 aan Tweede Kamer aangeboden

Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) heeft op 9 juli jl. aan de Tweede Kamer de rapportage van de Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2017 aangeboden.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

AD 22 juli 2018: ‘Geld nodig voor bedrijfsscholen’.

Als VOTOB kunnen wij ons uiteraard helemaal vinden in dit artikel. Lees het hier:

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Jaarlijkse Fetsa conferentie

De Fetsa, de Europese belangenbehartiger voor de tankopslag, organiseert elk jaar een conferentie met een beurs.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Wat hebben VOTOB en VOTOB Academy in 2017 allemaal ondernomen?

Er is veel gedaan voor en samen met, onze leden. Te veel om allemaal los te benoemen. In ons jaaroverzicht hebben wij daarom de highlights over 2017 opgenomen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

VOTOB en VOMI bieden Safety Deal aan

Het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de de veiligheid in de opslagketen te verbeteren, is vandaag bekrachtigd door staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni steun toe om het plan uit te voeren.

Binnen de branches wordt er hard gewerkt om het algemene veiligheidsniveau van de aangesloten bedrijven te vergroten. Maar er zijn grenzen aan wat een branche in zijn eentje kan doen: de tankopslagbranche functioneert niet in een vacuüm, maar heeft voortdurend te maken met (onder-) aannemers en andere ketenpartners die ook een rol spelen in de veiligheid. De Safety Deal die VOTOB samen met VOMI (dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie) heeft gesloten, is een logische stap om ook in de keten het veiligheidsniveau te verbeteren.

VOTOB en VOMI zijn trots dat deze Safety Deal door staatssecretaris Mansveld van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, is uitgekozen als een van de zes voorbeeldprojecten. “We zetten door middel van onze Safety Maturity Tool al jaren in op het generiek verbeteren van de veiligheid in de sector. Samen met VOMI gaan we nu ook brancheoverstijgend aan de slag”, aldus VOTOB-directeur Sandra de Bont.

Onder de noemer ‘Samen veilig werken in de keten’ worden de plannen ontvouwd. Tegelijkertijd geeft het voorstel van VOTOB en VOMI ook invulling aan de vierde pijler van het programma Veiligheid Voorop en beantwoordt het de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) die in haar rapport over Odfjell bedrijven verzocht om “concrete betekenis en invulling aan ketensamenwerking en ketenverantwoordelijkheid te geven.”

Het programma Veiligheid Voorop stimuleert chemiebedrijven en hun ketenpartners om (gezamenlijk) hun veiligheidsperformance en veiligheidscultuur op een hoger peil te brengen. Ze delen kennis en methoden van aanpak  die veiligheid bevorderen en hebben aandacht en zorg voor het veiligheidsaspect bij de ketenbedrijven waarmee zij samenwerken en zaken doen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Duurzaam

Elk jaar weer laaghangend fruit

In 2012 liet de tankopslagsector een energiebesparing  van  213 TJ  zien ten opzichte van het basisjaar 2008. Mart van Melick van Agentschap NL zet deze resultaten in de juiste context.

De tankopslagsector neemt al enkele jaren deel aan de meerjarenafspraken op het gebied van energie-efficiency. De cijfers laten zien dat het totale energieverbruik in de tankopslag in 2012 (2.349 TJ) ongeveer  op een zelfde niveau ligt als in 2011. Mart van Melick is bij AgentschapNL één van de teamleden die de tankopslagsector langs de meetlat legt.

“Of het heeft opgeleverd wat de sector ervan verwachtte, dat is iets dat de branche eigenlijk zélf moet aangeven”, vindt Van Melick. “Een goed beeld van wat de besparingen hebben opgeleverd, levert ook argumenten aan om ermee door te gaan of ermee te stoppen.”

Jaarlijks stelt het tankopslagteam  een sectorrapportage samen, specifiek voor de tankopslagsector. Andere collega’s bij Agentschap NL houden zich met andere sectoren bezig. De sectorrapportage is een geaggregeerd overzicht van de gegevens die individuele bedrijven jaarlijks aanleveren. Om het succes van de meerjarenafspraken te meten, moet je de sectorrapportage daarom naast de eigen meerjarenplannen van VOTOB leggen.

Prominente plek in de organisatie
Van Melick merkt dat bedrijven hun prestaties op het gebied van energie-efficiency ook gebruiken als invulling van hun MVO-beleid (maatschappelijk verantwoord ondernemen). “Doordat je deelneemt aan de MJA, wordt het onderwerp energie  ook prominenter in de organisatie op de agenda gezet.. Dat vertaalt zich in personele zin: er worden mensen aangenomen die zich bezighouden met energiebesparing. Op die manier wordt het ook in de bedrijfsvoering verankerd. Zo krijg je gestructureerde aandacht voor energiebesparing.”

Dat verankeren van energie-efficiency-beleid was ook precies de opzet van de MJA. Van Melick: “Bedrijven die deelnemen, verplichten zich om binnen drie jaar een volledig energiezorgsysteem in te voeren, als onderdeel van hun milieuzorgsysteem. Daar rekenen we ze ook min of meer op af.” Als taken en verantwoordelijkheden binnen een bedrijf duidelijk zijn benoemd, dan is energiebesparing beter geborgd.”

Agentschap NL kijkt naar de cijfers die de bedrijven jaarlijks aanleveren, en baseert haar oordeel op deze gegevens. “Wij gaan niet ter plekke kijken of die cijfers wel kloppen, maar we bezoeken  wel regelmatig  de bedrijven, om voeling met de sector te houden. Ik wil gewoon weten wat er speelt, juist om facilitering op maat te kunnen leveren.”

Basis is vertrouwen
“De basis van het convenant is wederzijds vertrouwen. We nemen aan dat de cijfers die de bedrijven aanleveren, kloppen, de Meerjarenafspraken werken op dit punt  anders dan wetgeving. De cijfers die de bedrijven aanreiken, moeten kloppen met wat ze werkelijk doen. Soms zie je dat er onredelijke besparingen worden opgevoerd. Dan nemen wij de telefoon even om te kijken wat er aan de hand is. Niet met de insteek ‘ze zijn de kluit aan het belazeren’, maar met de vraag of er misschien ergens een fout ingeslopen is.  Het overall beeld laat toch goed zien wat bedrijven feitelijk aan het doen zijn.”

Met alle deelnemers aan de twee huidige energieconvenanten, MJA3 en MEE wordt zo’n 80% van het industriële energieverbruik bestreken. Het grootste deel van het midden- en kleinbedrijf valt buiten de convenants afspraken en hebben in plaats daarvan met de Wet Milieubeheer te maken. Het concept MJA gaat intussen al meer dan  twintig jaar mee: zijn intussen alle renderende besparingsmaatregelen niet allang genomen? Hoe lang kan zo’n convenant nog blijven werken?

Van Melick: “Soms zegt men wel eens dat al het ‘laaghangend fruit’ al geplukt is, maar kenmerkt van fruitbomen is juist dat er elk jaar weer nieuw fruit aangroeit. Bij stijgende energieprijzen en   en zich aandienende nieuwe  technieken ontstaan  telkens weer nieuwe mogelijkheden voor energiebesparingen biedt. Het is geen statisch geheel, de bedrijven zijn voortdurend in beweging.”

Lessen voor  VOTOB
Agentschap NL kijkt niet alleen naar de tankopslag, maar naar alle industriële sectoren. Is er iets dat de tankopslag van de anderen zou kunnen leren? Mart van Melick: “In het algemeen zou je kunnen zeggen dat VOTOB-leden de keuken wat meer voor elkaar zouden kunnen opengooien. In bijvoorbeeld  de rubber- en kunststofindustrie zie je dat de sector maximaal voordelen haalt uit kennisdeling  en door onderlinge samenwerking  Het heeft iets met de bedrijfscultuur te maken dat dat bij VOTOB lastiger is. Maar in mijn ogen liggen hier nog  aantrekkelijke  kansen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Safety Maturity Tool: de hardware

VOTOB-lidbedrijven hebben hun hardware behoorlijk goed op orde, maar Kiwa-inspecteur Eef Nauta drukt bedrijven op het hart dat hardware méér is dan alleen tanks. “De leidingen verdienen dezelfde aandacht en het liefst komen alle lijntjes bij één persoon samen.” Nauta voerde in het kader van de Safety Maturity Tool de hardware-audit uit.

Ook al maakt hij een doorgewinterde indruk, Eef Nauta begon pas vorig jaar maart als teamleider olie, gas en chemische installaties bij certificeringsorganisatie Kiwa. “Daarvoor zat ik 29 jaar bij Shell, waarvan 23 jaar bij de inspectiedienst van het bedrijf.”

Eef Nauta houdt van technische uitdagingen: “Ik ben van oorsprong werktuigkundige, ik ben ooit nog begonnen in de koopvaardij.” Bij Shell deed Nauta de laatste tijd zelf weinig inspecties meer. Zijn werk bestond vooral uit het bijhouden van kwaliteitszorgsystemen en verzorgen van trainingen voor collega’s. “Ik was daar toch de oude, ervaren inspecteur, de ‘lieve Liza’ bij wie iedereen met z’n technische vragen terecht kon.”

Zeldzame zelf-audit
In opdracht van VOTOB voerde Nauta het hardware-gedeelte van de Safety Maturity Tool (SMT) uit. Met een kritisch oog bekeek hij talloze tanks, leidingen en drukvaten. Zo’n uitgebreide zelf-audit kwam Eef Nauta nog niet eerder bij een branche tegen. “Je ziet het wel bij grote multinationals, bij Shell of Esso. Die doen dan eens in de zoveel jaar een Focused Asset Integrity Review.”

Eef Nauta: “Ik vind het een goed idee dat VOTOB-leden zo’n SMT uitvoeren. Het maakt heel snel inzichtelijk waar de aandachtspunten liggen. In het algemeen hebben de tankopslagbedrijven het qua tanks goed voor elkaar. Ik heb maar weinig terminals gezien waarbij er moeilijkheden waren.”

Problemen lagen niet zozeer bij tanks, maar eerder bij andere keurplichtige apparatuur, zo constateerde Nauta. “Ook het leidingwerk en drukapparatuur ben je verplicht om eens in de vier of zes jaar te inspecteren. Sommige bedrijven brengen dit onder bij de HSE-persoon, andere bedrijven bij de onderhoudsafdeling. Het viel me op dat deze informatie vaak niet makkelijk boven water te krijgen was. Het wás er wel, maar soms moesten ze er lang naar zoeken.”

Inzicht met één druk op de knop
Volgens Nauta zou alle kennis over inspecties van hardware bij één persoon neergelegd moeten worden, en liefst ook nog bij iemand die onafhankelijk is van het productieproces. “Het ligt nu te veel op verschillende plekken en bij mensen die druk met andere dingen bezig zijn. Van inspectie wordt vaak gedacht ‘het kost geld’, maar op den duur bespaart het echt geld. Idealiter kun je met één druk op de knop een overzicht geven van alle assets en wanneer ze geïnspecteerd moeten worden.”

Kiwa zou op dit vlak ook diensten kunnen aanbieden, meent Eef Nauta. “We zouden bedrijven kunnen helpen om een inspectie coördinatiesysteem neer te zetten voor terminals. Inspectie is echt iets anders dan onderhoud. Bij een inspectie weet je niet alleen of een tank voldoet, maar ook wanneer je wettelijk verplicht bent om opnieuw te inspecteren en dat alles in afstemming met de operationele en onderhoudsafdeling.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Joop Atsma: transparantie belangrijk

“De tankopslag heeft me echt verrast.” Voormalig milieu-bewindsman Joop Atsma vond de sector voorheen nogal ‘naar binnen gekeerd’; nu is hij gegrepen door de drive en de dynamiek van de tankopslagbedrijven.

Sinds januari 2014 is oud milieu-staatssecretaris Joop Atsma het gezicht van VOTOB. Volgens de werkgeversvoorman Wientjes was hij de ideale staatssecretaris, omdat hij niet alleen aan milieu, maar ook aan ondernemers dacht. Na enkele maanden als VOTOB-voorzitter is Atsma vooral onder de indruk van de betekenis van de sector voor de Nederlandse economie. “De tankopslag is bij het bredere publiek minder bekend, maar is van enorm belang. Ik zie het als mijn rol om dit belang beter duidelijk te maken.”

Joop Atsma is tegelijk verrast over de drive en de bevlogenheid die hij bij de VOTOB-leden aantrof. “Ik was erg verrast over wat de VOTOB-leden op poten hebben gezet, met de Safety Maturity Tool en andere tools om duurzaamheid en de veiligheid te vergroten. Dat was toch anders dan ik verwacht had. Als staatssecretaris van Milieu had ik de indruk dat de sector erg naar binnen gekeerd was. Door de gebeurtenissen in 2012 moest de sector wel naar buiten treden, aangezien de VOTOB-bedrijven onder een vergrootglas kwamen te liggen.”

Graag wat variatie
In de media werd er kritisch gereageerd op Atsma’s overstap naar VOTOB. De draai van milieu-staatssecretaris naar vertegenwoordiger van de tankopslag zou volgens sommigen te groot zijn. “Jammer”, vond Joop Atsma dit. “Maar eigenlijk was er maar heel weinig kritiek. De mensen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de uitvoerende diensten en vanuit de veiligheidsregio reageerden juist heel positief.”

Atsma is niet voor één gat te vangen. Behalve voor de tankopslag is hij actief voor ‘De Lotto’, voor het ijsstadion Thialf in Heerenveen en voor het Productschap Vee en Vlees. Lopen al die functies niet té ver uiteen? Joop Atsma: “Ik heb altijd gezegd dat ik me niet op één sector of branche wilde oriënteren. Dat heb ik in het verleden trouwens ook nooit gedaan. Ik houd gewoon van die variatie; ik ben geboeid door verschillende onderwerpen.”

Atsma vervolgt: “Het Productschap Vee en Vlees is overigens wel een beetje vergelijkbaar met VOTOB: de branche heeft met soortgelijke problemen te maken. Ik zat laatst bij Tjibbe Joustra (de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid) en we konden gelijk van het onderzoek naar Odfjell naar het onderzoek in de vleessector overstappen. Er zijn zeker parallellen aan te wijzen: in beide sectoren wordt transparantie steeds belangrijker. Zowel in de tankopslag als in de slachterijen geldt dat het vertrouwen bij de toezichthouder en bij de burger moet worden verstevigd en dat transparantie de weg daar naartoe is.”

Voorkomen van geuroverlast
Omdat Joop Atsma een netwerker pur sang is, gaat het werk voor VOTOB ook in de weekenden gewoon door. “Afgelopen weekend sprak ik nog met Steven Lak, de voorzitter van Deltalinqs, over hoe we de sector positiever zouden kunnen profileren. De sector is namelijk niet alleen naar binnen gericht; een aantal politieke partijen zien de tankopslag liever gaan dan komen. Bedrijven moeten daar oog voor hebben, daarop inspelen. We moeten nóg duidelijker maken wie we zijn en wat de betekenis van de sector is.”

Als milieu-staatssecretaris stond Atsma erom bekend dat hij vond dat het bedrijfsleven de trekker moest zijn van het duurzaamheidsbeleid. Zal hij deze lijn als voorzitter van VOTOB verder uitvoeren? “De hele discussie rondom het ontgassen is een goed voorbeeld van de proactieve koers van de sector. Sommige leden hebben recent het idee geopperd om e-noses (elektronische neuzen) te introduceren om geuroverlast tegen de gaan. Daarmee laten we zien dat het niet alleen bij goede voornemens blijft.”

“Tegelijkertijd kun je nog zover vooroplopen; het beeld bij de buitenwacht zal altijd bepaald worden door degenen die achterblijven”, weet Atsma. “De tankopslag heeft er belang bij dat de bedrijven die niet voorop lopen, uiteindelijk ook meekomen. Mede dankzij de Safety Maturity Tool worden in dat opzicht enorme stappen gezet.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Kennismiddag tankputbrandbestrijding

Op donderdag 4 oktober organiseert H2K in samenwerking met de Antea Group van 13.00 tot 16.30 uur een kennismiddag over actieve en passieve tankputbrandbestrijding op het Spinel Veiligheidscentrum in Dordrecht.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Workshop Voorkoming Oil Storage Spoofing

Op dinsdag 11 september organiseert de Zeehaven Politie Rotterdam voor alle tankopslagbedrijven in Nederland een workshop gericht op het voorkomen van Oil Storage Spoofing.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Rapportage veiligheidssituatie 2017 aan Tweede Kamer aangeboden

Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) heeft op 9 juli jl. aan de Tweede Kamer de rapportage van de Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2017 aangeboden.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

AD 22 juli 2018: ‘Geld nodig voor bedrijfsscholen’.

Als VOTOB kunnen wij ons uiteraard helemaal vinden in dit artikel. Lees het hier:

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Jaarlijkse Fetsa conferentie

De Fetsa, de Europese belangenbehartiger voor de tankopslag, organiseert elk jaar een conferentie met een beurs.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Wat hebben VOTOB en VOTOB Academy in 2017 allemaal ondernomen?

Er is veel gedaan voor en samen met, onze leden. Te veel om allemaal los te benoemen. In ons jaaroverzicht hebben wij daarom de highlights over 2017 opgenomen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

VOTOB en VOMI bieden Safety Deal aan

Het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de de veiligheid in de opslagketen te verbeteren, is vandaag bekrachtigd door staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni steun toe om het plan uit te voeren.

Binnen de branches wordt er hard gewerkt om het algemene veiligheidsniveau van de aangesloten bedrijven te vergroten. Maar er zijn grenzen aan wat een branche in zijn eentje kan doen: de tankopslagbranche functioneert niet in een vacuüm, maar heeft voortdurend te maken met (onder-) aannemers en andere ketenpartners die ook een rol spelen in de veiligheid. De Safety Deal die VOTOB samen met VOMI (dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie) heeft gesloten, is een logische stap om ook in de keten het veiligheidsniveau te verbeteren.

VOTOB en VOMI zijn trots dat deze Safety Deal door staatssecretaris Mansveld van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, is uitgekozen als een van de zes voorbeeldprojecten. “We zetten door middel van onze Safety Maturity Tool al jaren in op het generiek verbeteren van de veiligheid in de sector. Samen met VOMI gaan we nu ook brancheoverstijgend aan de slag”, aldus VOTOB-directeur Sandra de Bont.

Onder de noemer ‘Samen veilig werken in de keten’ worden de plannen ontvouwd. Tegelijkertijd geeft het voorstel van VOTOB en VOMI ook invulling aan de vierde pijler van het programma Veiligheid Voorop en beantwoordt het de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) die in haar rapport over Odfjell bedrijven verzocht om “concrete betekenis en invulling aan ketensamenwerking en ketenverantwoordelijkheid te geven.”

Het programma Veiligheid Voorop stimuleert chemiebedrijven en hun ketenpartners om (gezamenlijk) hun veiligheidsperformance en veiligheidscultuur op een hoger peil te brengen. Ze delen kennis en methoden van aanpak  die veiligheid bevorderen en hebben aandacht en zorg voor het veiligheidsaspect bij de ketenbedrijven waarmee zij samenwerken en zaken doen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Duurzaam

Elk jaar weer laaghangend fruit

In 2012 liet de tankopslagsector een energiebesparing  van  213 TJ  zien ten opzichte van het basisjaar 2008. Mart van Melick van Agentschap NL zet deze resultaten in de juiste context.

De tankopslagsector neemt al enkele jaren deel aan de meerjarenafspraken op het gebied van energie-efficiency. De cijfers laten zien dat het totale energieverbruik in de tankopslag in 2012 (2.349 TJ) ongeveer  op een zelfde niveau ligt als in 2011. Mart van Melick is bij AgentschapNL één van de teamleden die de tankopslagsector langs de meetlat legt.

“Of het heeft opgeleverd wat de sector ervan verwachtte, dat is iets dat de branche eigenlijk zélf moet aangeven”, vindt Van Melick. “Een goed beeld van wat de besparingen hebben opgeleverd, levert ook argumenten aan om ermee door te gaan of ermee te stoppen.”

Jaarlijks stelt het tankopslagteam  een sectorrapportage samen, specifiek voor de tankopslagsector. Andere collega’s bij Agentschap NL houden zich met andere sectoren bezig. De sectorrapportage is een geaggregeerd overzicht van de gegevens die individuele bedrijven jaarlijks aanleveren. Om het succes van de meerjarenafspraken te meten, moet je de sectorrapportage daarom naast de eigen meerjarenplannen van VOTOB leggen.

Prominente plek in de organisatie
Van Melick merkt dat bedrijven hun prestaties op het gebied van energie-efficiency ook gebruiken als invulling van hun MVO-beleid (maatschappelijk verantwoord ondernemen). “Doordat je deelneemt aan de MJA, wordt het onderwerp energie  ook prominenter in de organisatie op de agenda gezet.. Dat vertaalt zich in personele zin: er worden mensen aangenomen die zich bezighouden met energiebesparing. Op die manier wordt het ook in de bedrijfsvoering verankerd. Zo krijg je gestructureerde aandacht voor energiebesparing.”

Dat verankeren van energie-efficiency-beleid was ook precies de opzet van de MJA. Van Melick: “Bedrijven die deelnemen, verplichten zich om binnen drie jaar een volledig energiezorgsysteem in te voeren, als onderdeel van hun milieuzorgsysteem. Daar rekenen we ze ook min of meer op af.” Als taken en verantwoordelijkheden binnen een bedrijf duidelijk zijn benoemd, dan is energiebesparing beter geborgd.”

Agentschap NL kijkt naar de cijfers die de bedrijven jaarlijks aanleveren, en baseert haar oordeel op deze gegevens. “Wij gaan niet ter plekke kijken of die cijfers wel kloppen, maar we bezoeken  wel regelmatig  de bedrijven, om voeling met de sector te houden. Ik wil gewoon weten wat er speelt, juist om facilitering op maat te kunnen leveren.”

Basis is vertrouwen
“De basis van het convenant is wederzijds vertrouwen. We nemen aan dat de cijfers die de bedrijven aanleveren, kloppen, de Meerjarenafspraken werken op dit punt  anders dan wetgeving. De cijfers die de bedrijven aanreiken, moeten kloppen met wat ze werkelijk doen. Soms zie je dat er onredelijke besparingen worden opgevoerd. Dan nemen wij de telefoon even om te kijken wat er aan de hand is. Niet met de insteek ‘ze zijn de kluit aan het belazeren’, maar met de vraag of er misschien ergens een fout ingeslopen is.  Het overall beeld laat toch goed zien wat bedrijven feitelijk aan het doen zijn.”

Met alle deelnemers aan de twee huidige energieconvenanten, MJA3 en MEE wordt zo’n 80% van het industriële energieverbruik bestreken. Het grootste deel van het midden- en kleinbedrijf valt buiten de convenants afspraken en hebben in plaats daarvan met de Wet Milieubeheer te maken. Het concept MJA gaat intussen al meer dan  twintig jaar mee: zijn intussen alle renderende besparingsmaatregelen niet allang genomen? Hoe lang kan zo’n convenant nog blijven werken?

Van Melick: “Soms zegt men wel eens dat al het ‘laaghangend fruit’ al geplukt is, maar kenmerkt van fruitbomen is juist dat er elk jaar weer nieuw fruit aangroeit. Bij stijgende energieprijzen en   en zich aandienende nieuwe  technieken ontstaan  telkens weer nieuwe mogelijkheden voor energiebesparingen biedt. Het is geen statisch geheel, de bedrijven zijn voortdurend in beweging.”

Lessen voor  VOTOB
Agentschap NL kijkt niet alleen naar de tankopslag, maar naar alle industriële sectoren. Is er iets dat de tankopslag van de anderen zou kunnen leren? Mart van Melick: “In het algemeen zou je kunnen zeggen dat VOTOB-leden de keuken wat meer voor elkaar zouden kunnen opengooien. In bijvoorbeeld  de rubber- en kunststofindustrie zie je dat de sector maximaal voordelen haalt uit kennisdeling  en door onderlinge samenwerking  Het heeft iets met de bedrijfscultuur te maken dat dat bij VOTOB lastiger is. Maar in mijn ogen liggen hier nog  aantrekkelijke  kansen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Safety Maturity Tool: de hardware

VOTOB-lidbedrijven hebben hun hardware behoorlijk goed op orde, maar Kiwa-inspecteur Eef Nauta drukt bedrijven op het hart dat hardware méér is dan alleen tanks. “De leidingen verdienen dezelfde aandacht en het liefst komen alle lijntjes bij één persoon samen.” Nauta voerde in het kader van de Safety Maturity Tool de hardware-audit uit.

Ook al maakt hij een doorgewinterde indruk, Eef Nauta begon pas vorig jaar maart als teamleider olie, gas en chemische installaties bij certificeringsorganisatie Kiwa. “Daarvoor zat ik 29 jaar bij Shell, waarvan 23 jaar bij de inspectiedienst van het bedrijf.”

Eef Nauta houdt van technische uitdagingen: “Ik ben van oorsprong werktuigkundige, ik ben ooit nog begonnen in de koopvaardij.” Bij Shell deed Nauta de laatste tijd zelf weinig inspecties meer. Zijn werk bestond vooral uit het bijhouden van kwaliteitszorgsystemen en verzorgen van trainingen voor collega’s. “Ik was daar toch de oude, ervaren inspecteur, de ‘lieve Liza’ bij wie iedereen met z’n technische vragen terecht kon.”

Zeldzame zelf-audit
In opdracht van VOTOB voerde Nauta het hardware-gedeelte van de Safety Maturity Tool (SMT) uit. Met een kritisch oog bekeek hij talloze tanks, leidingen en drukvaten. Zo’n uitgebreide zelf-audit kwam Eef Nauta nog niet eerder bij een branche tegen. “Je ziet het wel bij grote multinationals, bij Shell of Esso. Die doen dan eens in de zoveel jaar een Focused Asset Integrity Review.”

Eef Nauta: “Ik vind het een goed idee dat VOTOB-leden zo’n SMT uitvoeren. Het maakt heel snel inzichtelijk waar de aandachtspunten liggen. In het algemeen hebben de tankopslagbedrijven het qua tanks goed voor elkaar. Ik heb maar weinig terminals gezien waarbij er moeilijkheden waren.”

Problemen lagen niet zozeer bij tanks, maar eerder bij andere keurplichtige apparatuur, zo constateerde Nauta. “Ook het leidingwerk en drukapparatuur ben je verplicht om eens in de vier of zes jaar te inspecteren. Sommige bedrijven brengen dit onder bij de HSE-persoon, andere bedrijven bij de onderhoudsafdeling. Het viel me op dat deze informatie vaak niet makkelijk boven water te krijgen was. Het wás er wel, maar soms moesten ze er lang naar zoeken.”

Inzicht met één druk op de knop
Volgens Nauta zou alle kennis over inspecties van hardware bij één persoon neergelegd moeten worden, en liefst ook nog bij iemand die onafhankelijk is van het productieproces. “Het ligt nu te veel op verschillende plekken en bij mensen die druk met andere dingen bezig zijn. Van inspectie wordt vaak gedacht ‘het kost geld’, maar op den duur bespaart het echt geld. Idealiter kun je met één druk op de knop een overzicht geven van alle assets en wanneer ze geïnspecteerd moeten worden.”

Kiwa zou op dit vlak ook diensten kunnen aanbieden, meent Eef Nauta. “We zouden bedrijven kunnen helpen om een inspectie coördinatiesysteem neer te zetten voor terminals. Inspectie is echt iets anders dan onderhoud. Bij een inspectie weet je niet alleen of een tank voldoet, maar ook wanneer je wettelijk verplicht bent om opnieuw te inspecteren en dat alles in afstemming met de operationele en onderhoudsafdeling.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Nieuws | Veilig

Joop Atsma: transparantie belangrijk

“De tankopslag heeft me echt verrast.” Voormalig milieu-bewindsman Joop Atsma vond de sector voorheen nogal ‘naar binnen gekeerd’; nu is hij gegrepen door de drive en de dynamiek van de tankopslagbedrijven.

Sinds januari 2014 is oud milieu-staatssecretaris Joop Atsma het gezicht van VOTOB. Volgens de werkgeversvoorman Wientjes was hij de ideale staatssecretaris, omdat hij niet alleen aan milieu, maar ook aan ondernemers dacht. Na enkele maanden als VOTOB-voorzitter is Atsma vooral onder de indruk van de betekenis van de sector voor de Nederlandse economie. “De tankopslag is bij het bredere publiek minder bekend, maar is van enorm belang. Ik zie het als mijn rol om dit belang beter duidelijk te maken.”

Joop Atsma is tegelijk verrast over de drive en de bevlogenheid die hij bij de VOTOB-leden aantrof. “Ik was erg verrast over wat de VOTOB-leden op poten hebben gezet, met de Safety Maturity Tool en andere tools om duurzaamheid en de veiligheid te vergroten. Dat was toch anders dan ik verwacht had. Als staatssecretaris van Milieu had ik de indruk dat de sector erg naar binnen gekeerd was. Door de gebeurtenissen in 2012 moest de sector wel naar buiten treden, aangezien de VOTOB-bedrijven onder een vergrootglas kwamen te liggen.”

Graag wat variatie
In de media werd er kritisch gereageerd op Atsma’s overstap naar VOTOB. De draai van milieu-staatssecretaris naar vertegenwoordiger van de tankopslag zou volgens sommigen te groot zijn. “Jammer”, vond Joop Atsma dit. “Maar eigenlijk was er maar heel weinig kritiek. De mensen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de uitvoerende diensten en vanuit de veiligheidsregio reageerden juist heel positief.”

Atsma is niet voor één gat te vangen. Behalve voor de tankopslag is hij actief voor ‘De Lotto’, voor het ijsstadion Thialf in Heerenveen en voor het Productschap Vee en Vlees. Lopen al die functies niet té ver uiteen? Joop Atsma: “Ik heb altijd gezegd dat ik me niet op één sector of branche wilde oriënteren. Dat heb ik in het verleden trouwens ook nooit gedaan. Ik houd gewoon van die variatie; ik ben geboeid door verschillende onderwerpen.”

Atsma vervolgt: “Het Productschap Vee en Vlees is overigens wel een beetje vergelijkbaar met VOTOB: de branche heeft met soortgelijke problemen te maken. Ik zat laatst bij Tjibbe Joustra (de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid) en we konden gelijk van het onderzoek naar Odfjell naar het onderzoek in de vleessector overstappen. Er zijn zeker parallellen aan te wijzen: in beide sectoren wordt transparantie steeds belangrijker. Zowel in de tankopslag als in de slachterijen geldt dat het vertrouwen bij de toezichthouder en bij de burger moet worden verstevigd en dat transparantie de weg daar naartoe is.”

Voorkomen van geuroverlast
Omdat Joop Atsma een netwerker pur sang is, gaat het werk voor VOTOB ook in de weekenden gewoon door. “Afgelopen weekend sprak ik nog met Steven Lak, de voorzitter van Deltalinqs, over hoe we de sector positiever zouden kunnen profileren. De sector is namelijk niet alleen naar binnen gericht; een aantal politieke partijen zien de tankopslag liever gaan dan komen. Bedrijven moeten daar oog voor hebben, daarop inspelen. We moeten nóg duidelijker maken wie we zijn en wat de betekenis van de sector is.”

Als milieu-staatssecretaris stond Atsma erom bekend dat hij vond dat het bedrijfsleven de trekker moest zijn van het duurzaamheidsbeleid. Zal hij deze lijn als voorzitter van VOTOB verder uitvoeren? “De hele discussie rondom het ontgassen is een goed voorbeeld van de proactieve koers van de sector. Sommige leden hebben recent het idee geopperd om e-noses (elektronische neuzen) te introduceren om geuroverlast tegen de gaan. Daarmee laten we zien dat het niet alleen bij goede voornemens blijft.”

“Tegelijkertijd kun je nog zover vooroplopen; het beeld bij de buitenwacht zal altijd bepaald worden door degenen die achterblijven”, weet Atsma. “De tankopslag heeft er belang bij dat de bedrijven die niet voorop lopen, uiteindelijk ook meekomen. Mede dankzij de Safety Maturity Tool worden in dat opzicht enorme stappen gezet.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn